Onze reis in 15 minuten

Na wat plakken en knippen is het gelukt om in 15 minuten jullie een beeld te geven wat wij de afgelopen tijd hebben gezien.

We wilden deze film al uploaden in Bangkok, maar dat lukte niet vanwege technische redenen. Aangezien we veel verzoeken kregen om de film online te zetten doen wij dat dus bij deze  :) .

Groetjes

Charlene & Felix

The End

Onze laatste twee weken zijn aangebroken. De tijd is voorbij geschoten. Maar we hebben nog twee spannende weken in de planning staan :) . Vanaf Noord Sulawesi reizen we, via Singapore, naar Borneo. Het plan is om hier een week te duiken op en rond Sipadan (duikmekka van Borneo) en een week door te brengen bij de apen in de jungle van Sepilok. Recentelijk zijn er wel wat ‘kinkjes in de kabel’ gekomen ondertussen. Het hotel dat we vooraf geboekt hadden voor het duiken is enkele weken geleden afgebrand. Ze hebben voor ons een vervangende slaapplek geregeld. Dus we zijn benieuwd. Tijdens het reizen richting Borneo heeft Char last van haar oren gekregen. Even checken bij een dokter, het is een lichte oorontsteking. Niets aan de hand, behalve dan dat de dokter duidelijk is over duiken. Niet doen, totdat het over is. Hmmm, tja en hoe lang duurt het dan…. In ieder geval 4 dagen niet duiken. Na drie dagen reizen komen we aan op onze bestemming, het eilandje Mabul. Vanaf hier we willen gaan duiken op Sipadan. Eenmaal aangekomen valt de geregelde slaapplek ons een beetje tegen. Niet helemaal het beeld wat we hadden voor onze laatste weekjes. We kijken elkaar eens aan en spreken af het een dag te geven. In de avond spreken we wat mensen die zojuist hebben gedoken op Sipadan. Het viel tegen, door onrustig weer is het zicht zeer slecht. Veel stof onderwater. Ook de mensen die op de andere plekken hebben gedoken zijn niet enorm enthousiast. Na een nachtje met heeeeeel veel ongewenste bezoekertjes in bed is de beslissing snel gemaakt. De volgende ochtend plukken we een wifi connectie uit de lucht, boeken vliegticket en hotel. Dezelfde dag nog, reisdag 4, brengt ons naar Kota Kinabalu. We zijn helemaal happy. Lekker hotel met wit strand, palmbomen en strak blauw luchtje. Lekker een paar dagen bakken in de zon op de evenaar, smeren dus! Alles bij elkaar heel relaxed, we komen helemaal bij. Het uitzicht is ook zeker een bonus :)

DSC_0057.JPG

DSC_0111.JPG

Na een paar dagen lekker bakken, wordt het tijd om verder te reizen. We gaan aapjes kijken in Sepilok.
In Sepilok ligt het Sepilok Orang Utan Rehabilitation Centre. Een bezoek aan het Rehabilitation Centre wordt vaak aangegeven als een “must” voor toeristen. We zijn een beetje bang dat het dus super toeristisch zal zijn. We slapen in een Nature lodge letterlijk naast het rehabillitation Centre. We kunnen niet wachten, dus de volgende dag gaan we meteen naar de Orang oetans.

Het centrum bestaat uit 43 km2 echt oerwoud waar allerlei beesten in het wild leven, waaronder de Orang oetans. Dit reservaat bestaat al sinds 1964. Hier leren gevangen of zieke Orang oetans om weer voor zichzelf te zorgen. Het doel is dat ze uiteindelijk uitgezet worden in een stuk oerwoud. Dit bekende reservaat geeft toeristen de kans om wilde Orang oetans van dichtbij te bekijken. Orang oetans zijn mensapen en komen alleen voor op Borneo en Sumatra. Er zijn twee soorten: de Borneose Orang oetan (Pongo pygmaeus) op Borneo en de Sumatraanse Orang oetan (Pongo abelii) op Sumatra. Deze prachtige apen zijn bedreigde diersoorten. Nummer 1 oorzaak hiervan is het verdwijnen van het oerwoud. Gelukkig zijn er een aantal opvangcentra. In Sumatra zijn er vier opvangcentra en in Borneo drie. Zo kunnen deze mooie beesten in ieder geval blijven bestaan….

DSC_0329.jpg

In dit opvangcentrum worden deze prachtige apen getraind om weer te kunnen overleven in het oerwoud. Wij vragen ons wel af welk oerwoud dat dan precies zou moeten zijn…… Ze krijgen twee keer per dag eten van het opvangcentrum. Maar de mens bemoeit zich verder niet met de voeding. Het voedsel dat wordt neergezet zijn enkel en alleen vruchten die ook in het oerwoud te vinden zijn. De Oerang oetans eten naast deze vruchten ook graag boomschor en insecten. Vooral mieren vinden ze erg lekker. Voor de toeristen is er een kort pad aangelegd wat uitzicht geeft op een platform waar het voedsel wordt neergezet. Zodra het voedsel er staat zien we de Oerang oetans langzaam de jungle uit slingeren, op weg naar het platform.

DSC_0369.JPG

DSC_0232.JPG

Orang oetans staan er bekend om dat ze graag in de bomen klimmen en slingeren. Met die enorme armen moet dat ook een leuke hobby zijn :) . ‘S nachts slapen de Orang oetans in een nest, hoog in de bomen, die ze zelf maken door takken te vlechten. In principe leven ze alleen, niet in groepen. Maar ze zijn wel sociaal vaardig, ze onderhouden sociale contacten :) .

DSC_0325.JPG

Op het moment dat een vrouwtje zwanger wilt worden zoekt ze een welwillend mannetje op. Ze trekken een paar dagen met elkaar op en daar scheiden hun wegen weer. Het vrouwtje bevalt van haar jong veilig in haar nest, hoog in de boom. De kleine klampt zich aan de moeder vast. Pas na acht jaar is het jong onafhankelijk van de moeder.

DSC_0428.JPG

Wanneer we zo naar ze staan te kijken lijken ze zoveel op de mens. Wij vragen ons af wie er nu  ‘aapjes aan het kijken is’, wij of zij….? Ze trekken zich niets van ons aan. Enkel van elkaar. Hoe groter je bent, hoe meer rechten je hebt. Dus de kleinste moeten gewoon wegwezen als de grootste een ‘happie eten’ komen halen. Super om te zien. De kleintjes hebben hier inmiddels van geleerd. Als ze een momentje hebben, dan stoppen ze hun grote behendige voeten snel vol met appels en bananen, beide handen vol en snel wegschuifelen met de buit!

Orang oetan betekend in het Maleis letterlijk: man van het oerwoud. We zijn er inmiddels achter dat dit echte oerwoud opzich al een bezienswaardigheid is. Vanuit de lucht hebben we namelijk goed kunnen zien dat er nog maar weinig echt oerwoud is. Wanneer je vanuit het vliegtuig naar beneden kijkt zie je vooral heel veel palmplantages.

Hier nog een stukje echt oerwoud.

DSC_0437.jpg

Het verhaal gaat dat de Orang oetans vroeger van de ene kant van Borneo door de jungle kon slingeren naar de andere kant van Borneo zonder de grond te raken…. Nu absoluut onmogelijk. Een andere bedreiging is het ‘huisdier’ verschijnsel. Men heeft graag deze aapjes als huisdier. Jagers doden daarom de moeder en verkopen de kleine. Dit is overigens wel verboden. Wanneer de ‘huisdieren’ in beslag genomen worden dan komen ze terecht in een opvangcentrum zoals degene die wij bezocht hebben.

Dit hele grote mannetje is nooit opgevangen door het centrum. Hij blijft in de buurt omdat hij het eten wel lekker vindt en de vrouwtjes ook. Hij maakt ze regelmatig ‘even’ zwanger.

DSC_0298.JPG

Tenslotte nog iets grappigs. De Orang oetans staan er om bekend intelligente beesten te zijn. De inwoners van Borneo beweren dan ook dat de Orang oetan eigenlijk kan praten, maar zwijgt omdat hij anders zou moeten werken.

De volgende dag gaan we wederom aapjes kijken. Maar deze apen zijn wellicht nog meer bijzonder dan de Orang oetans. We gaan naar de Probuscis monkeys oftewel de neusapen. Deze specifieke soort apen komt alleen op Sabah (Maleisisch Borneo) voor. Er leven momenteel nog zo’n 2000 Probuscis monkeys op Borneo. In 1996 waren er nog maar 1000. Deze apen zijn dan ook bestempeld als bedreigde diersoort. Deze apen zijn nu al vrijwel uitgestorven in Borneo doordat hun leefomgeving, de jungle van Borneo, bijna volledig gekapt is. De treurige verwachting is dat binnen 10 jaar de Probuscis Monkeys volledig zijn uitgestorven. Vrijwel al het oerwoud is neergehaald om er palmolieplantages neer te zetten, de nummer 1 bron van inkomsten in Borneo. Redelijk wrang feitje…. Nederland is de grootste afnemer van de Palmolie die hier geproduceerd wordt, gevolgd door Engeland.

DSC_0176.JPG

De Probuscis monkey is een eenling in zijn soort. De Nederlandse naam verraad meteen het meest opvallende kenmerk van deze apen, DE NEUS. Vooral de volwassen mannetjes hebben een enorme neus.
Het volwassen mannetje heeft een grote, naar beneden hangende neus, vrouwtjes hebben een kleine stompneus en jonge dieren een wipneus. De neus heeft een belangrijke functie. De is niet alleen het reukorgaan, maar ook het ‘lonk’ orgaan :) . Wanneer een vrouwtje vruchtbaar is zoekt ze oogcontact met een mannetje. Wanneer ze ‘beet’ heeft begint ze met haar lippen te tuiten, haar hoofd zachtjes te schudden en….. haar neus te wiebelen richting het mannetje. De man geeft er gehoor aan door ook met zijn lippen te tuiten en natuurlijk met z’n enorme neus terug te wiebelen (we hebben het mogen aanschouwen, het is hilarisch). Vervolgens gaat de man het vrouwtje opzoeken en, mits er geen ander mannetje roet in het eten gooit, doet het mannetje uiterst rustig en beheerst ‘zijn ding’.  Kortom, belangrijk die neus! De veronderstelling is dat de vrouwtjes een voorkeur hebben voor de mannetjes met de grootste neus.

Niet alleen de neus, maar ook de rest van het lichaam van de man wordt veel groter dan de vrouw. Mannetjes worden zo’n 20 kilo en vrouwtjes slechts 10 kilo. Verder leven ze in grote groepen. Dit is mazzel voor ons. We zien er een heleboel :)

DSC_0156.jpg

DSC_0102.JPG

DSC_0122.JPG
Naast de neus, zijn er andere opvallende kenmerken aan deze apen. Ze kunnen namelijk super goed zwemmen! Ze hebben dan ook zwemvliezen. Dit heeft vooral te maken met hun leefgebied. Ze leven vooral in gebieden zoals rivierbossen en mangroves. Ook zijn hun eetgewoontes apart. Ze hebben een intolerantie voor suiker. Wanneer ze teveel suiker eten gaan ze dood. Dus fruit eten is er niet bij…. Ze eten vooral bladeren, met name de groene blaadjes van de mangrovebossen. Dit is natuurlijk redelijk zwaar om te verteren, daarom herkauwen ze de boel een aantal keer. Hun verteringstelsel is groot, om zo alles goed te kunnen verwerken. Door het grote verteringsstelsel hebben ze allemaal een dikke buik.

DSC_0062.JPG

Last but not least is het leuk om te melden dat de Maleisische bevolking deze apen de bijnaam Orang Belande heeft gegeven. Dit betekent Mens die lijkt op Nederlanders :) ! Er wordt gedoeld op de eerste scheepslui en missiepaters die op Borneo aankwamen. Zij hadden net zo’n grote lange neus en een bolle buik als de neusaap.

We hebben natuurlijk een film gemaakt van al deze apen :)

Onze highlights zijn voorbij. Het einde is inzicht. We vliegen van Borneo naar Bangkok voor nog een laatste paar dagen relaxen.

Het is nu echt zover. Vandaag is onze allerlaatste dag aangebroken.
Voor onszelf en jullie vonden we het leuk om onze reis te kwantificeren :)

In 24 weken hebben wij;

3 werelddelen bezocht
8 landen bezocht
7 eilanden bezocht
7 lange busritten gemaakt
27 vluchten gemaakt
2 treinritten gemaakt
23 duiken gemaakt
30 keer op een andere plek geslapen
3 keer terug gegaan naar een bekende slaapplek
9 bekenden van thuis gezien
6 keer een arts bezocht :)
ontelbare autoritten gemaakt

Nu is het tijd om het (digitale) boek te sluiten. Vannacht vliegen we, via Londen, terug naar huis. Terug naar onze familie, vrienden en vertrouwde ritme. Dit moment hebben we regelmatig verafschuwd. En een enkele keer naar gehunkerd. Nu het zover is zijn we er wel klaar voor. Onze koppies zitten tjokvol. Terugkijkend lijkt het soms wel of iedere seconde nog op ons netvlies staat. Zoveel kleine anekdotes die op het moment zo eenvoudig leken, maar achteraf een onuitwisbare indruk hebben gemaakt.
Een kleine zes maanden hebben we de meest prachtige landen van dichtbij mogen bekijken. Schoonheid, onrecht en hoop kunnen aanschouwen in de meest uiteenlopende culturen en naturen. We zijn ontelbare wereldse ervaringen rijker en enkele illusies armer. De droom die we samen voor ogen hadden is helemaal uitgekomen. Hoeveel indruk deze reis op ons heeft gemaakt kunnen we nog niet helemaal inschatten, het is in ieder geval veel, heel veel.

We willen iedereen bedanken voor alle lieve en leuke reacties en soms bemoedigende adviezen. Wij vonden het ontzettend leuk om deze site te vullen met onze ervaringen. Hopelijk hebben jullie er van genoten.

Tot in Nederland!

Groetjes,

Felix en Charlene

DSC_0452.JPG

Singapore & Bunaken

Na een maand Bali wordt het tijd voor een paar dagen heerlijk westers oftewel Singapore :) . Singapore wordt voornamelijk geroemd om zijn smetvrees. Wanneer we uit het vliegtuig stappen is het meteen duidelijk dat dit niet overdreven is. Poeh, onbewust hebben we dit toch wel gemist zeg. Alles is zo lekker schoon en gepoetst. We kunnen alles aanraken en opeten, geen hoog buikschurft risico! Het andere waar Singapore om bekend staat is het lekkere eten, jammie, jammie. We gaan meteen los. We duiken in de shoppingmall die aan ons hotel vast zit. Hmmmm, enorme foodcourt met ontelbare restaurantjes. Alle keukens zijn aanwezig. We schuifelen watertandend overal langs. We smikkelen ons lekker misselijk en gaan vervolgens de supermarkt in. Wouw, het wordt nog mooier! Bruinbrood, salami, kiwi’s, sapjes. Hmmmm, inslaan!! ‘S avonds eten we de lekkerste avondmaaltijd sinds tijden, bruinbrood met salami :) .

Het centrum van Singapore is niet zo heel groot. Het bestaat voornamelijk uit futuristische wolkenkrabbers. Later begrijpen we dat ‘oud’ not done is in Singapore. Dat verklaart dan ook meteen waarom de gebouwen er allemaal uitzien alsof deze gisteren zijn opgeleverd! Als een gebouw de stempel ‘oud’ krijgt wordt het plat gewalst en wordt er een nieuw gebouw neergezet.

DSC_0853.JPG

Er zijn een aantal mega futuristische gebouwen die echt als bezienswaardigheden worden bestempeld door Lonely Planet. We hebben mega mazzel zien we de eerste avond. We kijken vanuit onze hotelkamer uit op al deze bezienswaardigheden. Als topper wordt er iedere avond ook nog eens een coole lichtshow gegeven in de haven, pal voor onze neus. We voelen ons 4 avonden lang VIP’s :) !

DSC_0837.JPG

De volgende dag is Char jarig. We gaan een drankje doen in de bar van het hoogste hotel van Zuid Oost Azie, op de bovenste verdieping wel te verstaan (nummer 71). We slapen zelf ook in dit hotel dus relaxed alleen maar de lift in stappen. Hier wordt ons al vrij snel duidelijk hoe Singapore zo schoon blijft. Op het Niet Roken bordje in de lift staat 1.000 Singapore Dollars boete bij deze overtreding. De bar zelf is weer even wennen. Zitten we dan in ons backpackkleding (lees: gekreukt met hier daar een vlekje of een gaatje) op onze slippers in een uber hippe club. Tussen alle uitgedoste gasten zijn wij eigenlijk wel een verschijning. Het uitzicht van de club is werkelijk te gek. Super toffe manier om je verjaardag te vieren.

In Singapore is de medische zorg erg goed en bovendien is de voertaal in Singapore Engels. Dit komt allemaal mooi uit, want wij moeten ons opnieuw laten checken. Char voelt zich nog niet top en bovendien moeten we checken of we wel mogen duiken. Met de bloedarmoede die wij hebben mogen we namelijk niet duiken. We lopen het ziekenhuis in en een paar uur later lopen we er weer uit. Volledig gecheckt en drie medisch specialisten gezien. Top geregeld ook. Minder top was dat we in Bali niet goed zijn gecheckt. Volgens de artsen in Singapore hebben we een week lang medicijnen tegen blaasontsteking geslikt en absoluut nooit bloedarmoede gehad. Nou ja, het zal wel ergens goed voor zijn geweest hopen we maar ;) . Char krijgt wat andere pilletjes en binnen twee dagen voelen we ons beide al top. Al het lekkere eten helpt natuurlijk ook goed.

Als afsluiter brengen we nog een bezoek aan de Botanische tuinen. Altijd geestig om zo’n gefabriceerd tropisch paradijs te zien midden in de stad. We zijn er op een zondag, gewilde dag voor de Singaporeanen zelf om de tuinen te bezoeken. Overal liggen de mensen op het gras en natuurlijk zijn ze allemaal aan het eten.

DSC_0876.jpg

Singapore ligt net als Kuala Lumpur midden in de tropen, de luchtvochtigheid is dus ook hier skyhigh. In SIngapore hebben ze dezelfde oplossing als in Kuala Lumpur. Het hele leven speelt zich binnen af. Behalve dus op zondag, dan gaan de meesten naar de Botanische tuinen. Door het tropenklimaat leven er ook mooie beesten in de tuinen.

DSC_0882.JPG

DSC_0885.JPG

De paar westerse dagen zijn omgevlogen. Op naar het vliegveld om terug te gaan naar Indonesië. Weliswaar wel een hele andere plek. We gaan naar Manado in Noord-Sulawesi om hier met een bootje over te steken naar het kleine eilandje Bunaken. Hier hebben we al lange tijd naar uitgekeken. Over twee dagen zullen we namelijk Han en Tet hier ontmoeten, goeie vrienden van thuis. Voordat wij op wereldreis gingen hebben Han en Char nog snel hun Padi (duikbrevet) gehaald, zodat we in Noord Sulawesi met z’n vieren kunnen duiken. Han en Char hebben destijds de tip gehad van de duikinstructeur om naar Bunaken te gaan. We zijn erg benieuwd!

Na een lange reisdag komen we aan op Bunaken. Zo weer even schakelen. Van de westerse beschaving switchen naar dit prachtige eilandje. Hier wordt iedere avond om 18 uur de stroom op het eiland uitgeschakeld en gaat de gefabriceerde hotel-generator aan. We hebben 1 van de luxe hutjes die altijd wat warm water hebben. De rest van de hutjes van het hotel hebben zo nu en dan warm water, afhankelijk van het vuurtje dat onder de grote hotelketel gestookt moet worden. Maar ja, als het regent kan het vuurtje natuurlijk niet goed branden :) .

DSC_0994.JPG

DSC_0995.JPG

Na twee dagen chillen is het zover. Met weliswaar veel vertraging komen Han en Tet aan. In het pikke donker zien we het bootje aankomen. Wat een apart gevoel een stukje Amsterdam hier aan de andere kant van de wereld op dit piepkleine eilandje. Binnen 5 minuten is het alweer als vanouds, alsof we niets thuis hebben gemist. We gaan met z’n 4tjes lekker duiken en relaxen. De tijd vliegt voorbij. Han en Tet boeken al snel bij totdat wij vertrekken.

Voor ons is het de eerste keer dat we ergens langer dan 6 nachten slapen. We blijven maar liefst 12 nachtjes. Na 6 nachten krijgen we even wat ontwenningsverschijnselen, maar het went snel. Het voelt alsof we zijn begonnen aan de vakantie van onze reis! Super allemaal.

Een duikgids vraagt of we het leuk vinden om mee te gaan naar het lokale schooltje waar hij les geeft. Daar zeggen we natuurlijk geen nee tegen. Op de brommertjes gaan we op weg.
We zijn de attractie van de eeuw hier.

DSC_0904.JPG

IMG_4050.JPG

Ook de leraren wilden natuurlijk met ons op de foto ;)

DSC_0899.JPG

Tijdens de les gaat Fe ook nog even lesgeven. Hij laat de duikfilms van de reis zien, de kids zijn zwaar onder de indruk. Of misschien is het ook wel van de computer en van deze Buli’s (blanke mensen).

Wanneer we vertrekken besluiten we dat we toch wel graag nog iets voor de school willen doen. De kids op het schoolplein hadden de grootste lol met twee kapotte ballen. Dus vragen we aan de duikgids of ze voor ons een volleybal en basketbal kunnen kopen voor de school. Zo gezegd, zo gedaan. Alle vier een handtekening op de ballen en klaar. De school is er erg blij mee.

Voor onze laatste duikdag huren we een videocamera. We vragen de duikgids om onze onderwateravonturen te filmen. Naderhand maakt Fe er een super toffe film van. Wij zijn alle vier trots op het resultaat :) ! Het hoofddoel van deze film is weliswaar educatief. Deze film gaat naar de lokale school, zodat de kids wat kunnen leren over hun eigen oceaan. De meeste kids hebben namelijk nog nooit onderwater gekeken. In Bunaken (en de rest van Indonesië) drijft ontzettend veel rotzooi in het water. Dit is natuurlijk hartstikke slecht voor de oceaan en alle beesten die er in leven.

Let op dat de film in You Tube op de hoogste kwaliteit staat (rechts onder het filmpje op 480p) anders zien jullie de vissen niet goed :) .
So hereby we present to you the divestars Han, Tet, Fe en Char!!!

Aan het einde van de dag hebben we een ‘bonte avond’, Indo versus NL! De staf zingt voor ons in het Indonesisch en wij zingen in het Nederlands. We hebben dikke lol natuurlijk. Zeker wanneer de Indo’s een paar slokjes bier op hebben. Gewapend met gitaar en onzichtbare keyboard zetten ze het resort op stelten.

Voor onze allerlaatste dag gaan we een afscheidssnorkeltourtje maken. De bootmannen zijn zo lief om ons aan het begin van het eiland overboord te gooien. We snorkelen met z’n vieren gezellig terug. We zijn nog een laatste keer zwaar onder de indruk van al het moois wat Bunaken ons onderwater heeft laten zien in deze afgelopen dagen. De schildpadden, koralen, nudi branches, pygmee seahorses, lion fish, crocodile fish, eals, puffer fish, enorme clams, haaien, mini octopus (zie bovenstaande film op de hand van divemaster) laten onze hoofden duizelen.

Voor de aller allerlaatste avond komen alle bootmannen, duikgidsen en andere staf terug naar het hotel om afscheid van ons te nemen. Ook nu wordt er natuurlijk weer volop gezongen en gedronken.

Het is tijd om afscheid te nemen van Han en Tet. Gelukkig is het deze keer slechts voor twee weekjes. Han en Tet vertrekken naar Java en Sumatra. Wij gaan op weg naar Borneo. In totaal een reis van drie dagen. Op naar onze laatste hoogtepunten van de reis. Duiken op Sipadan en letterlijk aapjes kijken in de jungle. We zijn benieuwd :) !

groetjes vanuit de lerarenkamer!

DSC_0932.JPG

Bali

Vanuit KL vliegen we naar Bali. We hebben besloten om een maand op Bali te blijven. We zijn heel benieuwd wat ons te wachten staat. De verhalen die we over Bali horen zijn verschillend.

DSC_0716.JPG

De eerste paar dagen willen we chillen met de billen, hetgeen goed zou moeten kunnen hier. Daarom gaan we naar het zuiden ondanks dat Lonely Planet niet zo enthousiast is….

Legian
Opzoek naar een taxi. Je bent snel klaar met zoeken. Overal strekkende armen om je bagage aan te pakken. Wanneer we een taxi hebben wordt dus ook meteen ons bagagekarretje overgenomen. Dit is niet de baan van de chauffeur natuurlijk. Twee man sterk gaat met ons karretje aan de haal. Wanneer alles in de achterbak zit, tip boss?, tip boss, tip for two? Haha, iedereen heeft hier een baantje.
We hebben al snel door dat de Balinezen zich vooral niet te druk maken. Als je geen werk hebt ga je liggen, letterlijk. Op de stoep, op de brommer, achter de bar, in de winkel, onder de palmboom. Maakt niet waar, heb je niets te doen dan ga je lekker tukken en wel meteen.

Legian is het verlengde van de plaats Kuta, allemaal Zuid Bali. Het duurt niet lang om door te krijgen dat dit inderdaad een redelijk foute bestemming is, maar dan wel leuk fout. Als je niet beter zou weten, dan zou je denken dat Zuid Bali de naam Bintang heeft. Bintang is het lokale biermerk. En marketingtechnisch gezien mega goed gehyped. Alle winkeltjes en kraampjes verkopen Bintang. Bintang t-shirts, Bintang broeken, Bintang koelhoesjes, bintang petten, bintang handdoeken. En zo kan ik nog wel even doorgaan.

In ons hotel is het gezellig druk, ondanks het laagseizoen. Het hotel (en de rest van Zuid Bali) wordt voornamelijk bevolkt door Australiers oftewel Aussies. De menukaart heeft als topper de Aussieburger. Wanneer je langs de kraampjes loopt vliegen de ‘Hi Mate’ en ‘Hi Darling’ om je oren, met een perfect Australies accent.  Echt geen gehoor uit de mond van een Balinees! We vermaken ons kostelijk. Lekker de hele dag aan het zwembad hangen en de reality soap aanschouwen. De volledig getatoeerde Aussies hangen vanaf 11 uur in het zwembad met een Bintang in de ene hand en een peukie in de ander. En natuurlijk in een volledig Bintang outfit. De meest schunnige teksten vliegen door het zwembad. Een van de vele prachtige uitspraken: I’m so good in riding a horse, just put a men between my legs…… En de rest kunnen jullie zelf wel invullen :)

Na een paar dagen wordt het tijd om verder te gaan. Op naar Ubud, een beetje cultuur snuiven.

Ubud
Ubud ligt in het midden van Bali. De rit er naar toe is al prachtig. We waren even een beetje bang dat heel Bali Bintang style zou zijn, maar het tegendeel is waar. Al snel rijden we door allerlei kleine dorpjes en over kronkelweggetjes tussen de meest prachtige rijstvelden. De bekende regenhoeden zien we tussen de rijstvelden doorschuiven. Wouw, precies zo als we gehoopt hadden.

Later kregen we in het hotel een regenhoed ipv een paraplu

DSC_0360.JPG

Op aanrader van vrienden gaan we naar een klein hotelletje net buiten het centrum van Ubud. Wat is dit mooi (dank voor de tip Marlous!). Het uitzicht is werkelijk magisch. Ook ons eigen huisje is te gek.

DSC_0482.JPG

DSC_0377.jpg

Het regenseizoen zorgt ervoor dat er iedere avond onweer is. Een spectaculair gezicht vanaf ons terras. De enorme bliksemschichten die in het donker over het oerwoud schieten en in de verte de bergen doen oplichten.
De mensen van het hotel waren ook echt super lief. Felix had de bijnaam Mister Tea (omdat hij liters thee per dag bestelde) en Char had de bijnaam Charlie Angel gekregen. We krijgen meteen alles te horen over de Balinese feestdag die er aan komt, Nyepi . Ter ere van Nyepi maakt ieder dorp  zijn eigen pop, Ogoh-Ogoh, en iedereen moet meewerken. Met behulp van lijsten wordt bijgehouden hoe vaak je hebt geholpen. Heb je niet genoeg kruisjes achter je naam staan? Dan moet je betalen :) . Het lijstjes-systeem wordt overigens gebruikt voor vele zaken, zoals tempel schoonmaken, offervoedsel maken etc.

DSC_0466.jpg

We willen natuurlijk meer van Ubud zien, daarom maken we twee mooie trips met een gids.

Allereerst gaan we een dag tempels bekijken. Wij vinden het altijd leuk om een dag met een gids door te brengen. De snelste manier om van alles van de cultuur te leren.
Op Bali zijn verreweg de meeste mensen (zo’n 93%) aanhangers van een vorm van het Hindoeisme, namelijk Agama Hindu. Door de Hindoes op Bali wordt nog steeds gebruik gemaakt van het kastensysteem. De kaste van een Hindoe op Bali is makkelijk te herkennen. Aan iemands naam kun je namelijk afleiden uit welke kaste hij of zij komt. Wanneer mensen van verschillende kasten met elkaar praten dan worden er verschillende versies van de Balinese taal (Basa Bali) gebruikt namelijk ‘hoog’ Balinees, ‘middel’ Balinees en ‘laag’ Balinees.  Weet je niet uit welke kaste de ander komt?  Dan gebruik je een meer neutralere versie van het Balinees. Zelfs tussen vrienden wordt hier nog rekening mee gehouden.
Het systeem op Bali bestaat uit 4 kasten, de zogenaamde Varna’s:
- Brahmana – de kaste van de priesters (de naam van de persoon begint met Ida Bagus (m) / Ida Ayu (v))
- Ksatria – de kaste van de koningen en de adel (de naam van de persoon begint met Anak Agung, of Cokorda / Tjokorde Gde voor mannen en Tjokorde Istri voor vrouwen)
- Wesia – de kaste van de handelaren (de naam van de persoon begint met I Gusti)
- Sudra – de kaste van de man in de straat (90% van de Balinezen)

Onze gids Wayan is ook Hindoe. Hij vertelt ons meer over zijn naam. Zijn familie behoort de Sudra kaste, de laagste kaste. De kinderen uit de Sudra-kaste krijgen volgens een bepaalde volgorde hun namen toegewezen.
Kind 1: naam Wayan, Gede of Putu
Kind 2: Made, Nengah of Kadek
Kind 3: Nyoman of Komang
Kind 4: Ketut
Krijgt een stel meer dan vier kinderen, dan beginnen de namen weer opnieuw. Om een onderscheid te maken tussen jongens en meisjes wordt er bij jongens een ‘T’ voor de naam geplaatst en bij vrouwen een ‘Ni’. Om de naam toch nog uniek te maken, krijgen de kinderen een unieke tweede naam. Om het nog iets ingewikkelder te maken….. De jongens krijgen vanaf jongs af aan een bijnaam, die dan in de praktijk vaak als roepnaam wordt gebruikt. Volgen jullie het nog……

DSC_0221.jpg
Voor de mensen die de film Eat, Pray, Love hebben gezien of het boek hebben gelezen…. De naam van de Balinese Medicijnman is Ketut dus 4de kind. Deze specifieke Ketut uit de film woont overigens in Ubud en is inmiddels een druk bezet (lees: rijk) man. Van over de hele wereld komen mensen naar Ketut voor advies. Je moet ver van te voren reserveren. Ketut heeft inmiddels ook een assistent…..
Wayan vertelt ons dat iedere eerste zoon uitverkoren is om voor zijn ouders te zorgen. Jij bent degene die het ouderlijk huis niet zal verlaten, voor je ouders zal zorgen als ze bejaard zijn en een eventueel bedrijfje van je ouders zal overnemen. Wanneer je een vrouw vindt, dan zal zij bij jou en je ouders komen wonen. Op zich een goed doordacht sociaal stelsel, behalve als er een kink in de kabel komt. Wayan bijvoorbeeld is enig kind, zijn moeder is bij zijn geboorte overleden en zijn vader is ook op jonge leeftijd ook overleden. Wayan was wees. Wanneer je geen familie hebt, dan heb je een probleem. De familie is je opvang. Het komt niet veel voor dat je zelfstandig woont. Het is bijna onmogelijk om rond te komen alleen. Het gemiddelde inkomen ligt namelijk rond de 90 euro per maand. Er moet dus een ander familielid zijn die ook wat geld in het laatje brengt. Gelukkig heeft Wayan inmiddels een vrouw gevonden en mocht hij bij zijn schoonfamilie inwonen.

De regels tussen de kasten op Bali zijn overigens niet zo strikt als in India. Wayan is dus van de laagste kaste, maar zijn vrouw was van een hogere kaste. Zij mochten gewoon trouwen. De kasten worden dan wel aangepast. Zijn vrouw is naar een lagere kaste gegaan, gelijk met die van Wayan.

Op Bali zijn veel Hindoe tempels te vinden, maar een aantal zijn echt belangrijk voor de Hindoes. Een hiervan bezoeken wij, namelijk Pura Titra Empul. Door het gehele tempel loopt een heldere stroom water. Dit water wordt gezien als heilig water. Met dit heilige water kunnen de Hindoes hun ziel reinigen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat er een vloek is uitgesproken over een persoon, of dat iemand iets slechts heeft gedaan, of dat je ziek bent. Je komt naar deze tempel met je gehele familie. Iedereen gaat in het water en jouw hoofd moet onder het lopende water gehouden worden door de familie.

DSC_0314.JPG

Natuurlijk hebben we nog wat andere prachtige Hindoe tempels gezien.

DSC_0247.jpg

DSC_0289.JPG

Een belangrijk dagelijks ritueel van het Hindoeïsme op Bali is het offeren. Iedere ochtend voor het ontbijt wordt bij iedere Hindoe plek geofferd. Denk aan huizen, winkels, tempels en ook bij de hotels gerund door Hindoes. Bij iedere kleine offer wordt een korte ceremonie uitgevoerd.

DSC_0328.JPG

We sluiten de dag af met een koffieproeverij. Op Bali wordt de bekende Kopi Luwak koffie gemaakt. Een zeer exclusieve koffie, die wordt gezien als delicatesse. De koffie wordt dan ook op bijzondere wijze gemaakt…. Er is een katachtigbeestje, genaamd Luwak. De Luwak eet het vruchtvlees van de koffiebes, verteert de bessen maar gedeeltelijk en poept de kern van de koffiebes, de boon, uit. Deze keutels worden zo snel mogelijk nadat ze uitgepoept zijn opgeraapt en gedroogd. Zo blijven enkel de bleke, kleine koffieboontjes over. Vervolgens worden deze boontjes geroosterd, gemalen en dan heb je Kopi Luwak koffie. De specifieke smaak krijgt deze koffie doordat de zuren, maagsappen en enzymen van de Luwak hebben kunnen inwerken op de bonen. Wij zijn benieuwd naar de smaak! Gadverdamme, de smerigste koffie die we ooit gedronken hebben… Maar ja het is een kwestie van smaak…. In totaal wordt jaarlijks slechts een paar honderd kilo Kopi Luwak koffie geproduceerd.

Koffie in de boom

DSC_0340.JPG

De koffieplantage verbouwde en brouwde ook nog wat andere drankjes. Dus alles proeven natuurlijk :) . Zo was de pure chocoladedrank super lekker :) .

Op de terugweg zien we nog wat beeldschone rijstvelden.

DSC_0356.JPG

De volgende dag gaan we met een andere gids de buurt verkennen. Vanaf ons hotel klimmen we naar beneden naar een grote rivier. Vanuit het hotel lijkt het een dicht oerwoud, maar wanneer je er tussen loopt blijkt dus dat tussen al deze palmbomen allerlei rijstterrassen en plantages liggen. Tijdens de wandeling komen we natuurlijk van alles en nog wat tegen :) .

Cacao

DSC_0446.JPG

Vanille
DSC_0441.jpg

DSC_0426.JPG

De gids legt uit dat alle dorpen langs de rivier ook de was doen in deze rivier. Maar de dorpen zijn allemaal gebouwd boven op de berg, terwijl de rivier helemaal beneden in het dal ligt. Daarom is er een kabelbaantje gebouwd, waar geen mensen in kunnen, maar wel wasmanden. In de ochtend wordt de kabelbaan aangezet. Alle vrouwen gooien hun was er in en lopen zelf naar beneden. Aan het einde van de dag gaat de kabelbaan wederom aan, om alles weer naar boven te takelen.

DSC_0437.JPG

Voorheen leefden hier ook veel apen. Jammer genoeg zijn de meeste apen in het dal afgeschoten door de boeren. De apen stolen de vruchten van de plantages en bekogelden de boeren vanuit de palmbomen met kokosnoten.
Gelukkig zijn er nog genoeg apen in de buurt van Ubud. Wanneer je rondrijdt zie je de apen regelmatig langs de kant van de weg.

Aan het einde van de ‘jungletocht’ gaan we mee naar het huis van de gids. Hij plukt voor ons twee kokosnoten uit zijn eigen palmboom. Lekker drankje :)

Gids maakt kokosnoot open

DSC_0460.JPG

Sinds we op Bali zijn zie we in alle dorpen de Ogoh-Ogoh poppen. Wij vinden het net stripfiguren…. Wel apart aangezien het zo’n oude traditie al is.

DSC_0308.jpg

Tijdens alle rondritten zien we natuurlijk van alles en nog wat voorbij komen. Zo zien we een hoop bekende woorden :) . Dokter, notaris, asbak. De Nederlanders hebben destijds wel wat achter gelaten….

Permuteran
Helaas is het tijd om afscheid te nemen van Ubud. Op naar het noordwesten van Bali. We gaan naar Permuteran. Een vissersdorpje waar nog weinig toeristen komen. De belangrijkste reden om hier heen te gaan is duiken.
Voordat we aankomen in Permuteran maken we nog een stop bij de belangrijke tempel Ulun Danu Bratan.

DSC_0519.JPG

Deze tempel ligt in het kratermeer Bratan en is gewijd aan de godin Dewi Danu, de godin van het water, meren en rivieren. Water, en zo ook dit kratermeer, is zeer belangrijk voor de locals. Omdat in het midden van Ubud vrijwel iedereen rijstvelden of plantages heeft. Het Bratan-meer staat bekend als het “heilige bergmeer”, de omgeving is zeer vruchtbaar. Bovendien ligt het op 1200 meter hoogte en het klimaat is daardoor koel.

Voor zover wij het begrijpen komen alle dorpen in de omgeving een keer per jaar hierheen om te bidden en te offeren voor genoeg water voor de grond rondom hun dorp. Op het moment dat wij er zijn is er een dorp een ceremonie aan het opvoeren.

DSC_0499.JPG

DSC_0503.JPG

DSC_0505.JPG

Wanneer we verder rijden komt er een enorme stoet op ons af. Het volgende dorp dat naar Ulun Danu Bratan gaat. Letterlijk iedereen van het dorp gaat mee.
Op het hoogste punt van de rit hebben we uitzicht over het kratermeer waar de tempel ligt.

DSC_0552.JPG

Eenmaal aangekomen in Permuteran is het even wennen. Het hotel is vrijwel uitgestorven. We gaan langs bij 1 van vele de schildpaddenprojecten die opgezet zijn in Bali. Dit specifieke project loopt al ruim 17 jaar. Ze kopen de schildpaddeneieren op die de vissers vangen. Vervolgens worden de schildpadden grootgebracht. Wanneer ze sterk genoeg zijn worden ze vrij gelaten in de zee waar ze horen. Mooi project, dat goed aanslaat bij de lokale bevolking. Rondom Bali waren namelijk ontzettend veel schildpadden. Maar voor lange tijd werden deze gevangen en opgegeten. Gelukkig is dit nu verboden. Projecten, zoals deze, proberen de schildpaddenpopulatie weer wat op te krikken.

DSC_0559.JPG

Permuteran ligt uitgestrekt langs de baai. De meeste locals, allemaal vissers, lopen dan ook op of langs het strand, waarbij de toeristen de grootste attractie zijn :) .
Na school gaan de kinderen eerst naar de lokale tempel, dus sarong en sjerp om hun middel, anders mogen ze de tempel niet in. Daarna met zn allen spelen bij het strand.

DSC_0583.JPG

meisjes permuteran.jpg

Meisje Permuteran .jpg

Iedere avond, net voor de schemering, gaan alle vissers het water op. Een echte mannen aangelegenheid, wat de jongens niet vroeg genoeg kunnen leren.

DSC_0687.JPG

Sommige vissers hebben enorme bamboecontructies om hun bootjes gebouwd. Aan de constructie wordt het visnet gespannen, zodat het te water laten van het net zo min mogelijk herrie maakt.

DSC_0620.JPG

Wanneer het donker is varen de boten langzaam terug naar de kant. Aan de bamboeconstructies hangen enorme lampen. De bootjes werken samen. Door al het licht trekken ze de vissen aan. Vervolgens worden de netten in het water gelaten en vangen ze de vissen terwijl de bootjes 1 voor 1 naar de kant varen.

De boten in het donker geven een apart gezicht.

DSC_0701.JPG

Eindelijk is het weer zover. We kunnen weer duiken. We hebben gelezen dat het hier nog een redelijk onontdekte duikplek is. We maken een eerste duik op het huisrif, slechts 3 minuten uitvaren van het strand. Ongelofelijk wat mooi, enorme koraaltuinen, koraalwanden, koraalwaaiers in alle kleuren en nog volledig intact. Geen enkele beschadiging is er te zien. Tussen door zwemmen de meest felgekleurde en uitzonderlijke vissen.
We willen meteen in de middag een tweede duik maken :) . Voor de duikers: we hebben drie Papegaaivissen van 1,5 meter gezien, de mooiste nudie branches, lionfish etc..

De volgende dag gaan we naar de mooiste duikplek van het Noord-Westen, Mejangan island. We maken ook hier twee duiken. Het is onvoorstelbaar wat we allemaal zien.
Topper was de Ealgarden, een witte zandvlakte met honderden mooie eals die uit het zand steken. Op de tweede duikplek heeft Char geluk op 20 meter ligt er een schildpad te slapen in de koraalwand. Hij wordt wakker en de gids laat Char hem aaien voordat hij weg zwemt in het grote blauw. Ook Felix heeft geluk. Hij ziet voor het eerst een Pygmee Seahorse, verscholen tussen de koraaltakken. Voor de niet duikers, het zeepaardje is niet groter dan je duimnagel. Op de weg terug zien we vanaf de boot een grote groep dolfijnen.

Ook Permuteran kan voor ons niet meer stuk!

Op de terugweg naar Legian komen we deze meisjes nog tegen.

DSC_0714.JPG

Legian
We gaan nog een paar dagen terug naar Legian. Vanwege Nyepi moeten we op tijd in het zuiden zijn zodat we, voordat het feest begint, onze boottickets naar de Gili islands kunnen regelen. Op de terugweg naar Legian zien we al 1 van de vele ceremonies voor Nyepi.

De boottickets waren gelukkig zo geregeld. Dus weer lekker chillen aan het zwembad en vermaakt worden door de Aussies.
Dan is het zover, de avond voor Nyepi. Zodra het donker wordt, wordt Ogoh-Ogoh gevierd. In optochten worden de goden aangeroepen. Met zoveel mogelijk lawaai en de Ohgo Ohgo poppen worden de boze geesten weggedreven door de straten.

Filmpje van Ogoh-Ogoh optocht

We krijgen van het hotel een uitgebreide omschrijving van wat er allemaal niet mag de volgende dag op Nyepi (oftewel Silent day). Silent day is voor de Balinezen een dag van vasten, mediteren en volkomen stilte. Feitelijk wordt het op Bali gezien als nieuwjaarsdag. De stilte en het niet gebruiken van lichten is om de bozen geesten die toch nog overvliegen in de waan te brengen dat Bali er niet is. Ze kunnen dus niet op het eiland komen, want wat je niet ziet en niet hoort, is er niet.
Er rijden deze dag geen auto’s en brommers en er wordt geen water gekookt, in plaats daarvan zijn de mensen aan het mediteren en vasten. Alles is gesloten en de lichten blijven uit. Verder vertrekken of landen er ook geen vliegtuigen. De beschrijving van het hotel vertelt ons dat ook van ons als toeristen wordt verwacht dat wij in het hotel blijven, geen licht aan doen, gedempt praten en geen televisie aanzetten. Gelukkig kunnen we wel wat eten, maar slecht tot 18 uur s avonds.
Wanneer we de ochtend van Silent Day gaan ontbijten moeten we heel hard lachen. Alle toeristen gedragen zich zowaar redelijk netjes. Het is het Balinese personeel die verreweg de meeste herrie maakt met druk praten en lachen. Wij besluiten ‘s avonds ook maar gewoon het licht en de tv aan te doen :) .

Gili Meno
Op naar de volgende bestemming. In de haven nemen we de boot naar Gili Trawagan. Het hoofdeiland van de Gili islands. Gili islands is overigens eigenlijk dubbelop, want gili betekend eiland…. Maar goed. Op Gili Trawagan moeten we een lokale visser regelen die ons naar Gili Meno wil varen. Het kleinste eilandje van de drie eilanden. Eenmaal op het strand met alle bagage is er geen visser te bekennen, hmmm. Uiteindelijk vinden we gewoon een bootmaatschappij die ons kan brengen.
Gili Meno is slecht 15 minuten varen met een houten longtailbootje. Het wordt omschreven als het ware Robinson Crusoe gevoel en daar is geen woord aan gelogen. Op het eiland wonen slecht 300 mensen. In 2 uur loop je het hele eiland rond. En het enige vervoersmiddel is paard en wagen. Gili meno is met zijn parelwitte stranden en helblauwe zee een waar paradijsje.

DSC_0810.JPG

DSC_0793.jpg

DSC_0787.JPG

We willen hier heeeeeel graag een paar duiken maken!
De kindjes doen iedere dag hetzelfde. In de middag rennen ze uit school met zn allen naar het strand. Ze weten niet hoe snel ze al hun kleren uit moeten trekken en in het water te duiken. De meeste poedelnaakt. Ze spelen tussen de boten die in de ‘haven’ liggen. Heel schattig om te zien.

DSC_0821.jpg

DSC_0830.JPG

Verder staat het leven op Gili Meno vrijwel stil. Iedereen is een beetje lekker aan het hangen. Zo ook de locals, als je niet hoeft te werken, dan doe je een tukkie!

DSC_0819.JPG

Helaas worden we allebei ziek. Eigenlijk voelen we ons al een maand niet echt bepaald topfit. Maar nu is het wel een stukje erger geworden. We kijken het twee dagen aan en besluiten om niet te gaan duiken en iets eerder terug te gaan naar Bali. Op Gili Meno wil je namelijk niet naar de dokter :) . Eenmaal weer terug in Legian gaan we meteen naar de dokter. We worden helemaal gecheckt en gelukkig kunnen we met een hele rits pillen weer terug naar het hotel. Na twee dagen voelen we ons al weer stukken beter! Lang leve de antibiotica!

We hebben nog een paar dagen relaxen in Legian. Nu vertrekken we naar Singapore. Op naar een nieuw avontuur.

Zoals altijd hebben we nog veel meer mooie plaatjes, zie de foto mappen.

Groetjes Felix & Charlene

DSC_0740.JPG

Chiang Mai & Kuala Lumpur

Na een top week in Sydney gaan we op naar het volgende avontuur, het volgende werelddeel Azië.
Onze kick off in Azië hadden we al ver van te voren gepland. De eerste week is voor het eerst deze reis heerlijk oud en vertrouwd terrein voor ons beide. We gaan op bezoek bij Marie Josette en José, vrienden van de ouders van Felix. We zijn twee jaar geleden al eens op bezoek geweest. Dus we weten precies wat voor een heerlijk relaxed weekje in het verschiet ligt. We vliegen naar Bangkok, nachtje slapen in een Airport hotel en de volgende ochtend vliegen we door naar Chiang Mai, Noord Thailand. Marie Josette en José hebben een uurtje buiten Chiang Mai een prachtig huis op het platteland.

Op de luchthaven nog even leuke actie. We doen een poging om zonnebrand te kopen (die we hadden was afgepakt bij de douane, pfff eerste keer van alle gemaakte vluchten dat onze handbagage goed gecheckt is). Er is alleen maar factor 60 tot 100 te koop. Ehm juist ja, dan kunnen we net zo goed binnen gaan zitten. Beetje kleur is wel leuk natuurlijk. De Thaise verkoopster begrijpt er niets van. Ze heeft nu toch al 10 soorten zonnebrandcreme laten zien. Totdat ik zeg ‘we want skin brown, not white’. Ze zet heeeele grote ogen op en begint daarna heel hard te lachen. Gekke toeristen, voor de Thai is het toch echt ‘hoe witter, hoe beter’.

We worden door Marie Josette en José met open armen ontvangen. We gaan meteen lekker lunchen in het dorp. De rest van de week vaste prik iedere dag. Heerlijke Thaise soepjes bij de soeptentjes langs de kant van de weg.

Een van de luxere soeptentjes
DSC_0001.JPG

Wij laten de dames bestellen, want van de menukaarten kunnen wij echt werkelijk niets maken….

DSC_0002.jpg
Zo mooi dat hier, op het platteland, voor ons de rollen eens zijn omgedraaid. Voor de verandering zijn wij zelf eens de attractie, het hoogtepunt, de high light. Hier komen niet tot nauwelijks toeristen. Dus daar moeten ze even goed naar kijken, want dit zien ze niet iedere dag. Wij vinden het wederom een toffe ervaring om zo’n niet toeristische plek van Thailand te zien.

SRV brommer

DSC_0072.JPG

Deze week bestaat voor ons uit lekker Thais eten, bijslapen, bijkletsen, zwemmen, boekje lezen, staren over de rijstvelden en…. dat was het wel. Heerlijk zeg, we worden goed verwend.

In Thailand zijn er een hoop beroemde tempels. Die prachtig, maar zeer toeristisch zijn. Deze hebben we tijdens onze trip naar Thailand 2 jaar geleden al vrijwel allemaal gezien. Wat zo mooi in Thailand is, is dat ook de lokale tempels juist super mooi zijn. We bezoeken er eentje die we nog niet kennen. Vlak bij het huis van Marie Josette en José.

DSC_0012.jpg

DSC_0032.jpg

Als afsluiter van de week gaan we ‘op sjiek’ lunchen bij een prachtig hotel. We hebben al ontelbare keren heerlijk gegeten in Thailand, maar dit is toch wel echt heeeeel erg lekker (@ Marie Josette en José: vooral de duck in koffiesaus :) ).

DSC_0049.JPG

DSC_0052.JPG

Tenslotte willen we jullie natuurlijk nog wel even wat kiekjes van het prachtige huis laten zien :) .

DSC_0086.JPG

DSC_0090.JPG

DSC_0079.JPG

Kuala Lumpur

Bij Marie Josette en José hadden we eens rustig de tijd genomen om te bedenken wat we allemaal willen zien in Azië en vooral wat haalbaar is. Tempo mag wel ietsje lager :) , beetje tropenritme aannemen kan geen kwaad. De plannen waren nog niet in beton gegoten. Maar we willen in ieder geval naar Bali. We vertrekken vanaf Chiang Mai naar Kuala Lumpur voor een paar dagen. Vanaf hier zullen we doorvliegen naar Bali.

Wanneer we met de taxi KL in rijden moeten we even schakelen. Zo dit is weer even wat anders dan het platteland… Overal waar we kijken knallen enorme wolkenkrabbers het oneindige in. En ons mega hotel staat midden tussen al deze reuzen. Vanuit de kamer hebben we best een aardig uitzicht….

DSC_0181.JPG

We gaan maar eens even de buurt verkennen. Eigenlijk altijd het eerste wat we doen op een nieuwe plek. Tas in de kamer gooien en naar buiten om de straten rondom onze slaapplek te verkennen. Als je er over na gaat denken is het anders heel raar. Je slaapt op een plek, maar weet niet wat er om je heen is. Nou ja, daar hebben we dus in het begin van de reis eens over zitten nadenken. En zo is het ritme ontstaan om altijd meteen even de directe omgeving te checken. We lopen naar buiten. Ehm, dat blijkt nog niet zo makkelijk hier. Kuala Lumpur is absoluut niet gemaakt voor voetgangers. Maar ja we moeten toch oversteken…. Al gillend rennen we naar de overkant van de weg, zigzaggend tussen de ontelbare brommertjes en toeterende taxi’s, zo ook weer overleefd :) …. Na een paar minuten lopen we langs een shoppingmall. Hmm, dat schijn je gezien te moeten hebben hier. Dus meteen maar naar binnen. Jemig, je hebt groot, groter, grootst en hetgeen daarna komt is van toepassing voor de shoppingmalls hier. Niet normaal, zoveel winkels en restaurants. Wel 5 verdiepingen. We gaan voor de lol met de roltrappen helemaal omhoog en weer helemaal naar beneden. Wat een feest, er is ook Starbucks! De meeste winkels zijn ook niet bepaald als lullig te bestempelen, de dure merken vliegen je om de oren. Hmmm, kijken, kijken, niet kopen…..

We kunnen natuurlijk niet alleen maar in de shoppingmalls hangen, wordt ook wel wat saai. Toch lijkt het wel of het leven in KL vooral binnen en niet buiten afspeelt. Mensen willen echt zo min mogelijk buiten komen hier. Nu is het klimaat ook niet zo heel aantrekkelijk. KL ligt midden in de tropen. Wanneer je aan komt vliegen zie je dat ook goed. Alleen maar oerwoud en ineens uit het niets doemt er een wereldstad op. De luchtvochtigheid in KL ligt meestal rond de 90%….. In combinatie met het regenseizoen is het op z’n zachts gezegd wat vochtig hier….

We gaan ook maar meteen even kijken bij de beroemde Petronas twin towers. We zagen ze al opdoemen vanuit onze hotelkamer. Kan nooit zo ver zijn. Na wat wandelen door de goot van de autowegen zijn we bij de twin towers. Deze torens zijn het hoofdkantoor van Petroliam Nasional Berhad (afkorting: Petronas) en zijn gebouwd in de jaren 70. Petronas is een Maleisische oliemaatschappij die volledig in eigendom is van de staat. Het heeft het alleenrecht op alle olie- en gasvoorraden van Maleisie. Het wordt al donker, wouw wat een plaatje. Char krijgt een nog mooier plaatje te zien. Een prachtige ring van Fe, omdat we al weer 5 jaar samen zijn. De volgende dag gaan we nog even terug om de torens met daglicht te bekijken (gewapend met camera).

DSC_0147.jpg

DSC_0145.JPG

Als je in KL bent, dan moet je ook naar Chinatown (in welke wereldstad nou niet…?) aldus onze vriend Lonely Planet. Dus we gaan met de monorail (moet je ook gedaan hebben, vink!) op weg. Pfff het kan nooit zo ingewikkeld zijn die Monorail, maar we moesten maar in en uit stappen, enorme tunnels door lopen. Maar goed wel geestig om de stad te zien vanuit de Monorail, die een paar meter boven de grond zweeft.

Voordat we Chinatown in gaan lopen we eerst langs Masjid Jamek. Deze moskee wordt gezien als 1 van de mooiste moskeeën van KL. Masjid Jamek stamt uit 1907 en staat, met zijn prachtige kleuren en palmbomen, in een zeer vreemd contrast met de omliggende wolkenkrabbers.

DSC_0098.JPG

We lopen verder en komen langs het voormalige Petronas kantoor. Ook dit gebouw mag er wezen.

DSC_0112.jpg

Tussen alle moderne gebouwen doemen zo nu en dan prachtige oude gebouwen op. Zo zijn er verschillende ‘shophouses’ te zien uit begin 1900. Kenmerkend zijn de felle kleuren van deze huizen.

DSC_0109.JPG

DSC_0111.jpg

We zijn aangekomen bij Chinatown. We zien het meteen aan de hoeveelheid mensen op straat. Hier barst het werkelijk van het leven. Overal stalletjes en kraamtjes met van alles en nog wat en een enorme mensenmassa die er tussen door krioelt. Wat een verschil met de andere kant van de stad, waar bijna niemand buiten komt!

We bezoeken een Chinese tempel. Is toch echt wat anders dan een bezoekje aan de afhaal Chinees hoor ;) . We stappen een andere wereld binnen. Overal zijn Chinezen druk bezig met bidden en offeren. We staan wat verwilderd om ons heen te kijken. Wat gebeurt hier nu precies allemaal…? Papieren worden in de fik gestoken bij de ene altaar en mensen rennen vervolgens met het brandende papier naar de volgende altaar. Andere zijn weer fel gekleurde cakes aan het offeren. En natuurlijk wordt overal wierook aangestoken. Alles bij elkaar een indrukwekkende sfeer. Een oud Chinees vrouwtje ziet Char staan en komt enthousiast op haar af. Het vrouwtje begint in (helaas te gebrekkig) engels uit te leggen wat er allemaal gebeurt. We konden van de uitleg werkelijk geen pap maken, maar het vrouwtje was wel heel aandoenlijk.

DSC_0123.jpg

DSC_0129.jpg

DSC_0134.JPG

Wanneer we buiten komen staan we weer midden in de drukte van Chinatown. We zetten 10 stappen en daar ligt een prachtige Indiase tempel. In KL is ook een wijk Little India. Maar voor zover wij Lonely Planet begrijpen ligt deze tempel absoluut niet in Little India. Wat mooi om te zien dat twee geloven, zonder problemen, zo dicht bij elkaar zitten.

DSC_0139.jpg

Tijdens onze paar dagen in KL is het ook Valentijnsdag. In het hotel bij ons een ware happening. Compleet met Valentijnsbuffet en enorme harten van ijs met rood licht (nee het kan niet nog fouter) is het hotel helemaal in de Valentijnsspirit. Het personeel wenst ons allemaal happy Valentinesday. Zelfs de dag na Valentinesday roept het personeel ‘Happy Valentinesday!’. Je kunt het ook overdrijven…..

De volgende dag lezen we op het internet het volgende :

Islamitische jongeren die op Valentijnsdag de liefde wilden bedrijven in Maleisië, kwamen maandag van een koude kermis thuis. Zeker 96 mensen werden gearresteerd door de religieuze politie wegens khalwat (directe nabijheid), een misdrijf volgens de islamitische wetgeving. Die is van kracht voor alle Maleisische moslims.Volgens khalwat is het voor ongehuwde moslims en moslima’s verboden zich samen af te zonderen. Maandag sloeg de politie onder meer mensen in de boeien die zich ophielden in hostels en parken in de hoofdstad Kuala Lumpur. De autoriteiten in Maleisië, waar meer dan 60 procent van de 28 miljoen inwoners te boek staat als moslim, hadden al gewaarschuwd dat ze zouden optreden tegen moslims die de dag van de liefde zouden vieren met “losbandige activiteiten”. De arrestanten riskeren tot twee jaar celstraf.
Onze tijd in KL zit er op. We vertrekken naar zon, zee en strand oftewel naar Bali! We starten in het zuiden van Bali voor een paar daagjes relaxen om vervolgens de rest van Bali te gaan verkennen. In de volgende update al onze avonturen over Bali in 1 keer :) .

Groetjes Felix en Charlene

DSC_0107.JPG

Frans Polynesië en Sydney

Frans Polynesië

Na een onvergetelijke tijd op Paaseiland is het weer tijd voor een volgende bestemming. En wat voor een! We vliegen naar Frans Polynesië. We komen aan op het hoofdeiland Tahiti. Hier blijven we 2 nachtjes om vervolgens de boot te pakken naar het eiland Moorea. We zijn vol verwachting van dit tropische paradijs. Alle verhalen beloven veel ‘bounty gevoel’.

Frans-Polynesië is een Frans overzees land in de Stille Oceaan. Het maakt deel uit van Polynesië en bestaat uit zes eilandgroepen: de Australeilanden, de Bass-eilanden, de Gambiereilanden, de Genootschapseilanden, de Tuamotueilanden en de Markiezeneilanden. Frans-Polynesië bestaat in totaal uit 128 eilanden. De eilanden hebben een totale landoppervlakte van 4.000 km² verspreid over 2.500.000 km² oceaan. Vroeger was Frans Polynesië echt een overzees territorium van Frankrijk. Maar sinds 2004 is Frans Polynesië een overzees “land” geworden. In de praktijk betekend dit voor Frans Polynesië dat het een redelijk groot eigen zeggenschap heeft. Maar het is dus nog wel onderdeel van Frankrijk.

We komen ‘s avonds laat aan. Wanneer we onze hutkoffers in de taxi staan te stouwen voelen we al de eerste druppels. Ehm… das niet best zeggen we tegen elkaar. We wisten vooraf dat we in het regenseizoen zaten, dus een bui hier en daar hoort erbij. Nou ja ‘fingers crossed’ dan maar. In de taxi probeert Fe bij de taxi chauffeur (in vloeiend frans natuurlijk) uit te vissen wat de weersvoorspellingen zijn voor de aankomende dagen. We krijgen een ontwijkend antwoord. Iets in de trant van ‘dat is niet te voorspellen, het verandert ieder uur’. Ja, ja inmiddels hebben we geleerd dat dat soort antwoorden vrij vertaald kunnen worden naar ‘het weer voor de aankomende dagen is volkomen bagger, maar dat ga ik niet aan de toeristen vertellen’. Nog geen 5 minuten later barst het los. Jezus, wat een geweld knalt er uit de hemel naar beneden. Ruitenwissers zijn in deze buien volkomen zinloos. Alle palmbomen zwiepen met enorme vaart over de weg heen en de zee ziet er uit als een heeeel groot monster. Pfff, lekker aankomen… Snel maar inchecken en naar bedje toe, met een zonnetje ziet het er toch altijd leuker uit. Volgende ochtend worden we heel vroeg wakker (vanwege de jetlag) en er schijnt een waterige zonnetje door een dik wolkendek. We draaien ons nog eens lekker om. Wanneer we weer de ogen open doen is het feest. Het komt met bakken uit de hemel, zonder ook maar een seconde te stoppen. Nou, je moet er maar wat van maken… We hebben eindelijk weer eens een redelijke internetverbinding. Dus naar uitzendinggemist.nl en een marathon ‘Boer zoekt vrouw’ houden!
Het blijft vrijwel de hele dag noodweer. We gaan nog met een busje de stad in, maar dit is redelijk troosteloos. De hoofdstad van Frans Polynesie is Papeetee. Dit is in de zonneschijn al geen topbestemming, dus in de regen is het helemaal zielig. We regelen de tickets voor de ferry voor de volgende dag en gaan een echt Frans stokbrood eten.

Zoals te verwachten van de Fransen is vrijwel alles Frans. Vrijwel alle producten (behalve de vruchten) worden ingevlogen vanuit Frankrijk. Dit is dan dus ook duidelijk terug te zien in de prijs. Acht euro voor een kopje koffie in het hotel is toch wel normaal.
Frans Polynesië heeft wel zijn eigen geld. We hebben al wel wat verschillende soorten geld in handen gehad, maar zoiets hebben we nog nooit gezien. Het ‘piraten’ geld heeft woeste felle kleuren en afbeeldingen van palmbomen, groene eilanden, kokosnoten etc. De briefjes en munten hebben vreemde grote formaten. We besluiten meteen hier wat geld van mee naar huis te nemen, dit zullen we niet zo snel nog een keer zien :) .

De volgende ochtend blijkt dat afgelopen vannacht het eiland in rep in roer was, omdat het bij het Radisson Hotel (ons hotel) echt heel hard aan het spoken was. De weg naar het hotel ‘was niet meer’, de zee was volledig over de weg heen geslagen. De taxi kon gelukkig de weg vinden ;) en ons naar de ferry brengen. We hopen heel hard dat het weer op Moorea wat gezelliger is.

In de verte zien we Moorea al liggen. De azuur blauwe lagunes voor de kust komen in zicht. We staan tegen de reling aan en, ondanks het dikke wolkendek, borrelt bij ons toch zachtjes het ‘bounty gevoel’ in de onderbuik.
Moorea, oftewel Gele Hagedis, is maar een klein eilandje van 134 km2. Later blijkt dat je in 2 uur met gemak een rondje eiland kan brommeren. Het bestaat uit grote puntige bergen bezaait met een dik groen oerwoud. Ach ja, de regenbuien zijn geen topper, maar anders kan het hier ook niet zo mooi groen zijn…. Terwijl we over de reling hangen zien we allemaal zwarte hoofden omhoog komen uit een van de lagunes. Duikers! Ja, daar komen we hier natuurlijk toch ook echt wel voor. Het ‘bounty gevoel’ stijgt!

DSC_0838.JPG

Na wat gehannes met vervoer, we dachten een taxi geregeld te hebben maar blijkt toch niet…, zijn we op weg naar ons hotel. Moorea bestaat voornamelijk uit grote luxe resorts waar je incheckt en een week later weer uitcheckt, zonder ook maar iets van het lokale leven mee te krijgen. Na wat speuren vooraf, hadden we een kleinschalig hotelletje gevonden. Dit (natuurlijk) franse stel heeft een paar hutjes pal aan zee. Onze bamboehut staat helemaal vooraan, compleet met hangmat. Wat een paradijs.

DSC_0944.JPG

De eerste dag moeten we nog een paar keer hard rennen om te schuilen voor de buien, maar daarna is het over. De lucht breekt open. Wolken weg en strak blauwe lucht komt te voorschijn. Het groen wordt nog veel groener en alle tropische vogels komen te voorschijn.
Ons hotelletje heeft 1 van 2 steigers op Moorea. Zo lopen we 50 meter over de zee en kijken dwars door de zee naar de bodem. Onderwater is het ware paradijs te zien. De meest prachtige vissen schieten in enorme scholen voorbij onder onze voeten, terwijl we lekker op de steiger zitten te genieten van te gekke zonsondergang met een Frans wijntje erbij. Pff, veel mooier dan dit kan het toch haast niet worden.

DSC_10085.JPG

DSC_1000.JPG

DSC_10098.JPG

DSC_10026.JPG

De volgende dag gaan we na het ontbijt maar meteen even snorkelen voor de deur. De vissen zijn echt te gek zeg. Helaas is er vorig jaar een tornado voorbij geraast waardoor vrijwel al het koraal is afgebroken. Dood koraal is altijd een zielig gezicht, alsof er oorlog onderwater is geweest, gelukkig is dit door de natuur gedaan en niet door mensen. Rond 17 uur wandelt de eigenaar naar de steiger met een zak oude stokbroden. Wij hadden hier al iets over op het internet gelezen, dus we hobbelen er nieuwsgierig achteraan. Aan het eind van de steiger gooit hij wat brood in het water en we wachten. De kleine vissen duiken er natuurlijk meteen fanatiek bovenop, maar dat zijn niet degene die wij verwachten. Het duurt slechts 1 minuutje en dan (bedenk allemaal even de tune van de film Jaws :) ). Wowww, we doen even een eerbiedig stapje naar achter op de steiger. Je weet het maar nooit, straks springen ze eruit ;) . We tellen, 1,2,…5 enorme zusterhaaien van zo’n 3 meter. Langzaam glijden ze door het water naar de oppervlakte. Het water is zo helder dat we iedere millimeter van deze beesten kunnen zien. Met hun enorme staarten zwieren ze gracieus door het water. In de zo herkenbare cirkels aasen ze geduldig op rauwe vis die vandaag dus niet komen gaat het is slechts stokbrood.

DSC_10060.JPG

Ineens heeft een zusterhaai genoeg van de anderen en geeft een dot gas. Vol over de andere haaien heen. Springt een stukje uit het water om het brood op eten. Poeh, wat een gevaarte zeg. De zusterhaaien hebben overigens niet de herkenbare haaienbek, maar een ronde smalle bek aan de onderkant. Ze stofzuigen hun voedsel op, dat geeft een zuigend geluid. Super tof om te zien allemaal.
De dagen erna is het voor ons vaste prik om op 17 uur op de steiger te staan om naar de haaien te kijken. Soms is er rauwe vis als voer en het is duidelijk dat de vissen daar veel enthousiaster over zijn. De zusterhaaien leven samen met nog wat black tips (kleinere haaien met zwarte punt bovenop) in de lagune voor de deur.

DSC_0918.JPG

Deze haaien zijn al jaren gewend dat 17 uur etenstijd is bij de steiger. Eigenlijk zijn we tegen het voeren van haaien, maar dit is toch wel tof allemaal. Natuurlijk hebben we voor jullie een filmpje gemaakt!

Moorea stond altijd bekend als de plek voor duikers waar haaien gevoerd werden onderwater. Er zijn hier dan ook heel veel haaien. Sinds kort is het haaien voeren aan banden gelegd. Het mag niet meer, maar het wordt toch nog wel gedaan. Het probleem is dat als duikers onderwater haaien voeren de kans aanwezig is dat haaien op de lange duur mensen met eten gaan associëren. Dit vergroot vanzelfsprekend de kans op ongelukken.

Sinds de tickets voor onze wereldreis zijn geboekt, maakt Char zich al druk over het duiken met de haaien. Na het zien van een boze haai in Thailand tijdens een snorkeltocht is Char geen fan. Dus het afgelopen jaar hebben de haaien zo nu en dan een bezoekje gebracht in mijn dromen. Fe (en anderen) hebben ontelbare keren uitgelegd dat haaien (in principe) niets doen. Ze zijn banger voor jou, dan jij voor hen (in stilte betwijfelde ik dit ;) ). Ja, ja het zal allemaal wel. Stiekem heb ik thuis van alles gelezen over haaien. Heb veelvuldig in de google zoekmachine teksten ingetikt als ‘haaien versus duikers’, ‘haai eet duiker op’, ‘duiker dood door haai’, ‘boze haaien’ etcetera. Ik heb een paar filmpjes en verhalen gevonden die op z’n zachts gezegd niet echt smakelijk waren, maar over het algemeen was de boodschap toch hetzelfde. Haaien doen in principe niets. Dus ik besluit op Moorea om mee te gaan duiken naar de haaien. Je schijnt het gezien te moeten hebben… Gelukkig wordt ineens besloten dat we vandaag gaan duiken en over 10 minuten opgehaald worden. Nu heb ik tenminste lekker geslapen afgelopen nacht. We gaan opweg. Char met omgedraaide maag en knikkende knieën en Felix super enthousiast en nieuwsgierig. Eenmaal aangekomen zijn we al laat, de rest van de groep is al omgekleed. Dus snel wetsuit aan en naar de boot. Op de boot stel ik mijn vraag voor ongeveer de honderdste keer aan de divemaster ‘die haaien, die zijn niet gevaarlijk?’. Vrijwel de hele boot lacht me natuurlijk gezellig toe/uit en het antwoord is ‘als het gevaarlijk was, dan zouden we het niet iedere dag doen’. Hmm, das nou eigenlijk het beste antwoord dat ik het afgelopen jaar heb gehad. Felix vond dat we het evenement ‘Char duiken met haaien’ absoluut moesten vastleggen op video. Voor het geval het nooit meer zou gebeuren in de toekomst. Dus kijk en geniet of huiver :) !

Het is ons niet gelukt om het filmpje te bewerken, dus we hebben de totale film van 12 minuutjes geupload. Als je het zat bent, dan zet je het maar uit :) !

Zo dat was wel echt een hele toffe ervaring zeg. De blacktips en lemonsharks hebben Char haar haaienangst behoorlijk doen slinken. Al blijf ik er wel bij dat als een haai kwaad wil een heel leger de haai nog niet kan stoppen. Maar na een jaar sluit ik me aan bij de club ‘in principe doen de haaien niets’. @ Han, het komt goed :)

Het hangen aan het strand gaat ons erg goed af, maar we plannen toch maar wat tripjes. We willen natuurlijk nog wel wat zien van de rest van het eiland.
We gaan een dagje mee met een local om letterlijk zijn berg te verkennen. Zijn familie bezit 1 van de vele bergen op Moorea. We maken met hem een tocht dwars door de dikke jungle naar de top van zijn berg. Onderweg laat hij ons de verrassingen van de natuur zien, die voor ons westerlingen heel vreemd zijn. Hij hakt een bepaalde tak om waar vers drinkwater uitloopt, hij knijpt een bepaalde bloem uit waar (geen grapje) shampoo uitkomt, we voelen de kracht van medicinale planten en tenslotte drinken we natuurlijk melk uit de kokosnoot en eten we mango’s. Na behoorlijk wat zweten zijn we op de top van zijn berg. Echt een te gek uitzicht over heel Moorea.

DSC_10001F.JPG

Ver beneden zien we ons hotelletje, te herkennen aan de steiger die voor de deur ligt.

DSC_10004.JPG

Onze gids vertelt boven op zijn berg wat meer over zijn leven. Hij was vroeger niet zo netjes en had redelijk wat jaartjes in de bak gezeten. Lekker, vertelt hij nu als we boven op de berg staan. We moeten nog met hem naar beneden. Maar het is een hele aardige vent. Zijn uiterlijk is ook representatief voor de gemiddelde local!

DSC_10027.JPG

De volgende dag staat er wel iets heel cools op het programma. We worden opgehaald door twee gezellige franse jongens. Met z’n vieren gaan we met speedboot naar een lagune voor de kust om….. tussen de black tips en stingrays te staan. De lagune is slecht 1.30 meter diep. Snorkelbrilletje op je hoofd en……. kijken maar. De blacktips vliegen om je oren. Ze houden slechts een metertje afstand en jagen achter elkaar aan. Een poging om ze te tellen is een verloren zaak. Het zijn er zoveel! Hoewel dit natuurlijk tof is, komen we voor de stingrays. Zoals sommige van jullie wellicht weten is Steve Erwin overleden door toedoen van een stingray. Maar wij zien al snel dat hij wel iets heel vreemds gedaan moet hebben. En bovendien de nodige pech heeft gehad. De stingray heeft hem namelijk midden in zijn hart geraakt.
Deze stingrays zijn nieuwsgierig en heel lief. Ze komen je opzoeken en tegen je aan duwen. Je mag ze gewoon aaien, ze vinden het allemaal prima.
De franse jongens vinden het erg gezellig met ons. Daarom gaan we nog opzoek naar eagle rays. Deze soort rays is wat meer schuchter en dus niet zo makkelijk te vinden. Maar….. we vinden ze! Weliswaar niet in lagune, maar daar waar het 20 meter diep is. Snel snorkeltje op en flippers aan. Plons overboord en ja hoor daar zoeven ze galant over de bodem! De franse jongens hadden een klein onderwatercameraatje mee, dus we hebben het op film!

We besluiten om als afsluiter nog een middagje het eiland per brommer te bekijken. De meeste locals rijden ook op een brommertje. En ook hier is het gebruikelijk dat iedereen elkaar gedag zegt. Het blijkt hetzelfde te zijn als op Paaseiland. Dus ook hier blèren we overal Iloranaaaaa vanaf de brommer.

Nog een leuk feitje; in 1777 heeft James Cook een bezoekje gebracht aan Moorea. Zodoende heeft de mooiste baai op Moorea de orginele naam Cooks baai gekregen.

Even toeristenkiekje bij Cooksbaai.

DSC_10058.JPG

Terwijl we zitten bij te komen van onze zeer inspannende brommertocht :) zien we een paar meter verderop twee locals onder de palmboom relaxen. Ze blijken net terug te zijn gekomen met hun bootje van de zee met… verse vis!

DSC_10048.JPG

Naarmate de dagen verstrijken valt ons steeds meer op dat ook in dit deel van Polynesië het stevig zijn een schoonheidsideaal is. Hier op Frans Polynesië geldt overigens wel echt ‘the bigger, the better’. De gemiddelde sumoworstelaar zou hier stevig concurrentie hebben. Sterker nog, wij denken dat ze het sumo worstelen als lokale sport zouden moeten oppakken…..

Helaas zit onze tijd op Moorea er op. We blijven nog 2 nachtjes op Tahiti om vervolgens weer op het vliegtuig te stappen. Deze keer met bestemming Sydney! De eerste keer tijdens deze reis een lekker westerse wereldstad.

Vanaf Tahiti genieten we op afstand van een laatste keer zonsondergang op Moorea.

DSC_10114.JPG

Sydney

Zo weer even schakelen. Heerlijk iedereen spreekt hier engels. We kunnen ons weer eens beide fatsoenlijk verstaanbaar maken. Geen houtje touwtje, gewoon vloeiende zinnen. Al hebben we wel wat moeite met het verstaan van onze irakese taxi chauffeur ;) .

Het is even opletten voor ons. Want ze rijden aan de verkeerde kant. Fe waarschuwt Char nog. Toch loopt Char bijna onder de eerste auto die ze ziet wanneer ze uit de taxi stapt. Gelukkig heeft Sydney wat bedacht voor toeristen zoals Char. In het centrum zie je bij het oversteken.

DSC_0052.JPG

Of ‘look left’ natuurlijk!

Later blijkt dat in Sydney alles heel duidelijk wordt aangegeven. De mensen hier luisteren er ook nog eens goed naar!

Soms gaat het ‘wegwijzen’ wel een beetje een eigen leven leiden.

DSC_0056.jpg

We zijn de datumgrens overgegaan, wat in ons geval betekent dat we een hele dag uit 2011 overslaan! Vreemd idee, maar ach, we hebben toch niet zoveel besef van de dagen. Op naar de lekkere koffietjes, terras hangen en andere westerse dingen :) . We doen zelf wat boodschapjes en staan te kwijlen in de supermarkt. Je weet pas wat je gemist hebt als je het weer ziet. Verse salades, bruin brood, olijven etc. Hmmmm. We slaan het allemaal in. Wel even slikken bij de kassa. Australië is op dit moment voor Euro landen op z’n zachts gezegd niet heel interessant om te bezoeken. We dachten dat Frans Polynesië redelijk prijzig zou zijn, maar Sydney wint met vlag en wimpel. Maar het mag de pret niet drukken. We zijn hier een week en doen een goede poging om van terras naar terras te lopen! De blinkende wolkenkrabbers zeggen je gedag vanuit de mooie Royal Botanic Gardens.

DSC_0045.jpg

Wanneer je echt tussen de wolkenkrabbers staat zijn we wel even stil. Kan het nog hoger? Ja, zeker weten….

DSC_0053.jpg

Vrijwel iedere dag lopen we even door de Royal Botanic Gardens. Hier kun je namelijk wel wat uurtjes doorbrengen. Vooral het verzoek aan de bezoekers is erg leuk :)

DSC_0001.jpg

Hier en daar zijn ook wel wat beestjes te zien. Even slikken, wanneer je omhoog kijkt en nog eens knippert met je ogen. Ontelbare aantallen vleermuizen.

DSC_0036.JPG

Gelukkig vertelt onze Cityguide dat de vleermuizen meer interesse hebben in de vruchten in de bomen, dan in de bezoekers van het park. Pff dat scheelt weer. Hier leven de grootste vleermuizen ter wereld met een gemiddelde spanwijdte van 1,2 meter….

‘S avonds zie je ze cirkelen boven de daken van the Opera House.

DSC_0031.JPG

Mirreille, oud-collegaatje van Felix, is net een week eerder in Sydney komen wonen. Dus dat betekent gezellig bijkletsen en samen ‘de toerist’ uithangen.
Voor ons is het hoogtepunt van Sydney toch wel echt The Opera House. En wat blijkt; het is nog mooier dan de plaatjes! Wouw wat een gebouw. Het plekje op de werelderfgoedlijst van Unesco is zeker terecht (vinkje again ;) ). Over de bouw is slechts 11 jaar gedaan. De daken bestaan uit maar liefst 1.056.000 kleine tegeltjes. En binnen in zijn 1.000 verschillende ruimtes te vinden (nee, er staat geen nul teveel!).
We kijken of er nog kaartjes te koop zijn en we hebben beet! Twee kaartjes voor de Opera Madame Butterfly. Super mooie ervaring in dit prachtige gebouw. We worden fan van de Opera House bar, deze loopt langs het water. Kijk naar links en je ziet de prachtige Harbour bridge en kijk naar rechts en je ziet het prachtige Opera House. Prima plek dus!

DSC_0006.JPG

Maar wat vinden wij van Sydney. Hmmm, tja we vinden de mensen wel iets amerikaanser dan we hadden verwacht. Self tan kleurtjes vliegen om je oren. Als je in Sydney woont, moet je sporten. Overal rennen mensen (in 40 graden) door de parken met ontblote bovenlichamen. Gewoon even tijdens je lunchpauze. De work-out sluit je af met flink wat push ups en crunches naast de wandelpaden in het park. Ehhh, ja hier zijn wij wel wat te nuchter voor of te a-sportief ;) . Bovendien hadden we verwacht dat de mensen wel voorzichtiger met de zon om zouden springen. Ze hebben tenslotte toch een probleempje met de ozonlaag. Maar nee hoor, als je kunt bakken in de zon, dan doe je dit vooral. Stap je op de ferry dan trek je je t-shirt meteen uit en met sporten dus helemaal. Van Mireille begrijpen we dat hier 1 op de 2 mensen huidkanker krijgt. Goh, dat klinkt ons heel vreemd in de oren…..

Sydney vinden wij in de avond op zijn mooist. Dan heeft het iets magisch… zeker vanaf een ferry!

DSC_0125.JPG

DSC_0131.JPG

DSC_0149.JPG

We hebben super mooi weer, dus lekker strand hangen hoort er natuurlijk ook helemaal bij. Sydney staat toch ook bekend om zijn mooie uitgerekte stranden, in totaal is er zo’n 20 km aan strand. Wij vinden de stranden wel oké, maar zijn niet verpletterd door de schoonheid. Misschien heeft onze vorige bestemming daar iets mee te maken…. Het is wel heel relaxed om op het strand te hangen. Zeker wanneer het 46 graden is!

Met een laatste super lekkere koffie nemen we afscheid van Sydney. Op naar het volgende en laatste continent, Azië! Inmiddels zitten we over de helft van onze reis. We hebben al zo ongelofelijk veel prachtige dingen gezien dat we ons niet voor kunnen stellen dat er nog zoveel mooie dingen gaan komen. Eerst maar is een weekje chillen op het platteland van Noord-Thailand bij Marie en José, vrienden van de ouders van Fe. Daarover meer de volgende update!

We willen nog eens iedereen bedanken voor alle lieve en leuke reacties!

Meer foto’s staan in de mappen.

groetjes Felix en Charlene

DSC01290.jpg

Paaseiland

Paaseiland a.k.a. Rapa Nui a.k.a. Mata ki te rani a.k.a. Te pito o te henua a.k.a. Te pito o te kainga a Hau Maka

Het is zover. We vertrekken naar toch wel 1 van de hoogste hoogtepunten van onze reis, Paaseiland.
Dit kleine eilandje (net zo groot als Texel) staat bekend om zijn mystieke sfeer die onder andere veroorzaakt wordt door de prachtige beelden die bij iedereen wel bekend zijn.

Paaseiland hoort officieel bij Chili. Maar het is wel ruim 5 uur vliegen vanaf Santiago. Het is dan ook 1 van de meest verlate plekjes op aarde. Om precies te zijn het meest afgelegen bewoonde eiland ter wereld. Het dichtstbijzijnde bewoonde eiland is Pitcairn en ligt 2075 km verder op.

Wanneer we aankomen vliegen vangen we de eerste glimp van het eiland op. We vliegen heeeeel laag over de zee en daar staan we dan. Op Paaseiland. We stappen het vliegtuig uit en moeten meteen lachen. Dit is wel tot nu toe de meest primitieve luchthaven die we gezien hebben. We lopen de trap af en staan meteen tussen de palmbomen. Achter het hek staan wat Rapa Nui (lokale bevolking) te kijken naar ‘het nieuwe vlees’ dat geland is. Er staat een bandje op de ukulele gezellig Rapa Nui muziek te maken en we krijgen een bloem achter ons haar. Binnen in het luchthavengebouwtje is slechts 1 bagageband die half buiten op de landingsbaan ligt en half binnen. Na wat horten, stootten en piepen komt de band in beweging en vissen we onze tassen er tussen uit.
Buiten staat de assistente van onze gastvrouw ons op te wachten met natuurlijk een bloemenkrans. De bloemenkrans is De manier in Polynesië om gasten welkom te heten. Als ik het nu zo opschrijf klinkt het allemaal wat commercieel. Iedereen heeft dit al 100X op tv gezien. Maar hier is het echt nog authentiek. Het is geen commerciële actie, maar een authentiek Polynesisch gebruik.

Paaseiland is onderdeel van Chili, maar het is een Polynesisch eiland. Zelf begrepen we niet helemaal hoe dit zat, maar het blijkt vrij simpel. Het land is Chileens eigendom, maar de mensen en cultuur behoren tot het Polynesische ras. Polynesië bestaat uit een driehoek, namelijk Nieuw Zeeland, Hawaï en Paaseiland. Alles wat zich binnen deze driehoek bevindt heeft van oorsprong de Polynesische cultuur.
De naam Paaseiland heeft het gekregen door, jawel!, een Nederlander genaamd Jacob Roggeveen. Hij kwam op 1ste Paasdag aan op dit eiland en heeft het toen de naam Paaseiland gegeven. Jacob heeft het eiland letterlijk op de kaart gezet, maar hij heeft het niet echt ontdekt. Er waren al eerdere meldingen van een stukje land midden in de grote oceaan. En de Rapa Nui leefden hier natuurlijk al lange tijd.

Paaseiland blijkt de plek te zijn om nog de echte Polynesische cultuur duidelijk te ervaren.

Voordat we naar het hotel gaan krijgen we eerst een rondleiding over het eiland. Er is slechts 1 hoofdstraat met wat zijstraatjes. Voor de boodschappen moet je op de hoofdstraat zijn. We zien dan ook hier en daar een klein winkeltje waar wat producten worden verkocht. In de ochtend staan halverwege de straat de trucks met fruit in de achterbak. En daar houdt het mee op.

DSC_0694.JPG

We slaan af en rijden op het strand aan. Wouw, in Polynesië is surfen onderdeel van het dagelijks leven en het is ons meteen duidelijk waarom. Metershoge golven zeggen ons gedag. Overal zien we locals in de golven peddelen. Iets verder slapen we. We hebben een hele goede keuze gemaakt. Het is altijd maar weer afwachten of hetgeen we geboekt hebben ook echt leuk is….

DSC_0002.JPG

We slapen deze 8 dagen bij Sharon, onze Canadese gastvrouw. Sharon woonde eerst hier in een klein huisje. In de loop der tijd heeft ze hier een kamertje aan vast gebouwd, daarna nog een kamertje en tenslotte nog een appartement. We slapen in het kleinste kamertje. En hebben samen met Sharon een buitenkeuken. De sfeer is super. Sharon is een heel leuk mens. Ze is 12 jaar geleden hier naartoe gekomen op vakantie, in de hoofdstraat tegen een Rapa Nui aan gelopen en nooit meer weg gegaan. Drie maanden later zijn ze getrouwd. Jammer genoeg is haar man 4 jaar na hun trouwen overleden. Toch heeft ze besloten om te blijven. Haar Rapa Nui schoonfamilie bouwde voor haar als verrassing een hutje op hun land. Zo konden ze wat meer op haar letten. Bij tijd en wijlen was ze eenzaam en wilde ze graag wat meer in haar eigen taal kunnen kletsen. Rapa Nui hebben een zeer gesloten cultuur, waar je als buitenstaander nooit helemaal tussen komt. Ze besluit een kamertje aan haar hutje vast te bouwen om dit te verhuren aan toeristen. Alleen toeristen die Engels spreken, want daar is ze tenslotte naar opzoek. Langzamerhand groeit haar hotelletje tot wat het nu is. We scharrelen wat eten bij elkaar, gelukkig waren we op het vaste land al gewaarschuwd voor de beperkte voedselvoorraad op Paaseiland, maken zelf een hapje en gaan naar bed. We zijn op van de indrukken van deze dag. Wanneer we in bed liggen horen we de zee tegen de rosten knallen. Heel relaxed om mee te slapen.

Uitzicht vanaf onze slaapplek. In de zee zie je surfers liggen en verder op zie je prachtige Moai staan.

DSC_0187.JPG

We blijken een goede klik te hebben met Sharon. Zo verteld zij ons van alles over de Rapa Nui geschiedenis en cultuur. Ook regelt ze voor ons de tours. Je komt hier tenslotte naartoe om de beelden te zien.

Wat ons meteen opvalt is dat het toerisme nog niet te voelen is, heerlijk. Het is er wel, maar heeft totaal nog niet de overhand. Het toerisme groeit overigens wel hard. Nog geen 12 jaar geleden renden alle kindjes uit het dorp naar het vliegveld als er een vliegtuig aankwam. Al roepend plane, plane, plane. De grote mannen kwamen op hun paarden erachteraan gegaloppeerd om te kijken of er bruikbaar vrouwelijk import bij zat. Het was echt een ware happening als er een vliegtuig aankwam. Nu, 12 jaar later, landen er al 3 vliegtuigen per dag. Vanuit Tahiti, Santiago en sinds kort ook vanuit Lima (Peru). In 2010 zijn er 60.000 toeristen op bezoek geweest. En het aantal groeit dus flink ieder jaar. Mocht je de plannen hebben om hier ooit naartoe te gaan, doe het dan dus snel. Onze vrees is dat het Disneyland effect ook hier binnen enkele jaren de overhand zal hebben.

Onze eerst dag komen we niet veel verder dan colaatjes drinken op het terras tussen de locals. We laten het eens allemaal goed op ons inwerken. Iedereen loopt hier standaard in zwembroek. Alle mannen en vrouwen hebben lange haren. En iedereen, werkelijk iedereen zit hier op een surfboard. Als je hier woont dan surf je minstens iedere dag een keer. En jong geleerd is oud gedaan. De kleintjes springen op bodyboards en zodra ze een jaartje of 5 zijn stappen ze op hun surfboards. We zien zelfs een vader zijn dochtertje van max. 1 jaar op een surfplank leggen (zonder zwembandjes). Paps gaat achter zijn dochtertje liggen, en zo peddelen ze samen de grote oceaan in.
Het surfen is dan ook duizenden jaren geleden ontstaan in Polynesië. Op het Polynesische eiland Hawaii is het later echt een bekende sport geworden. De assistente van Sharon had ons al verteld dat het hier barst van de turtles (Char haar favoriet!). En ja hoor even koekeloeren langs de rotsen en daar komen ze voorbij gewoon langs het strand. Echt te gek zeg!

Zoals de meeste van jullie weten zeggen surfers elkaar onderling gedag met het ‘hangloose’ teken. Toen een meisje ons gedag zei (iedereen zegt hier elkaar altijd gedag) op deze manier moesten we lachen. Ohw zeker een surfchick. Een uurtje later begrepen we het…Hier zegt iedereen elkaar op deze manier (al duizenden jaren) gedag. Dus eerste tip voor bezoekje Paaseiland; oefen op je hangloose teken en het roepen van la orana (hallo in Polynesisch). Alles wordt hier gezongen ipv gesproken. Even fonetisch gespeld: ie-ah-oh-rah-na.

Grafiti hangloose tekening.

DSC_0813.JPG

We sluiten de dag af door wederom gezellig met Sharon te kletsen. Sharon blijkt de ‘boosdoener’ van de auto. Toen zij hier 12 jaar geleden aankwamen waren er nog geen auto’s. Iedereen reedt op de wilde paarden. Sharon woonde met haar man in de heuvels buiten het dorp en was bang voor de wilde paarden. Dus liet ze een auto verschepen van het vaste land. Langzamerhand hebben nu de meeste mensen een barreltje om het eiland mee over te crossen. Wat eigenlijk wel wat overdreven is, want het enige dorp op het eiland bestaat in totaal uit 17 blokken. Zo leren we weer wat nieuws. De Polynesiërs hebben het ‘liever lui dan moe’ uitgevonden en verbeterd. Als ze niet hoeven te werken, dan doen ze dat niet. Vragen aan een familielid om eten of geld is geen schande en gebeurd dus ook regelmatig. Bijna al het voedsel, behalve vis natuurlijk, moet ingevlogen worden. Wat vreemd is aangezien het klimaat goed is en de bodem vruchtbaar. Tjaa zegt Sharon, de meesten vinden het wel makkelijk.
Toen Sharon aankwam waren er ook geen tv’s of koelkasten op het eiland. Inmiddels zijn de meeste Rapa Nui wel de trotse eigenaar van deze luxe goederen. De flatscreen is overigens nog niet ingevoerd ;) . De mensen die in het dorp wonen hebben meestal warm water en elektriciteit. Echter het handje vol bewoners die in de bergen wonen hebben vandaag de dag nog steeds geen stromend water en elektriciteit.

Op Paaseiland is het niet mogelijk voor een buitenstaander om land te kopen. De verschillende Rapa Nui clans (lees families) hebben van oudsher een stuk land. Land is niet te koop. Als het tijd wordt voor iemand om samen te gaan wonen, dan wordt er een huis op het stuk familieland bijgebouwd. Of je woont gewoon in bij andere familieleden. Logisch gevolg is dat de familiebanden hier nog heel hecht zijn. Alles wordt samen gedaan. Het is hier heel normaal dat een meisje op haar 16de een kind krijgt. Dit is absoluut geen schande en ook geen probleem. De ouders van het meisje zorgen voor het kind. Zodat het meisje gewoon kan gaan studeren etc. Het kind groeit letterlijk op tussen de hele familie, dus oma, opa, ooms, tantes, nichtjes, neefjes. Wanneer het meisje er aan toe is om zelf voor het kind te zorgen, dan neemt ze het weer over van haar ouders.

De volgende dag staat de eerste tour op het programma. Onze tourguide Chris is een Amerikaan. Hij is, net als Sharon, hier ooit naartoe gekomen voor vakantie. Verliefd geworden op een Rapa Nui en nooit meer weggegaan. Het is een sympathieke gast die een wandelt geschiedenisboek blijkt te zijn. Ons vermoeden is dat hij meer weet dan menig Rapa Nui.

Paaseiland is voor 50% een officieel openluchtmuseum. Overal waar je kijkt zie je de beelden. Hierbij een plaatje om te laten zien waar al zichtbare beelden zich bevinden.

Slechts enkele beelden zijn gerestaureerd. De voornaamste reden hiervoor is simpel. Archeologen hebben zwaar geschud nodig om de beelden te restaureren. Dat betekent dat het restaureren van een beeld tot gevolg heeft dat andere niet herstelde beelden verder beschadigd worden. Er zijn gewoon teveel beelden, te dicht op elkaar. Het zijn overigens niet alleen de beelden. Er zijn ook veel rotsen met hiërogliefen en belangrijke graven. Het valt meteen op dat al deze historie helemaal nog niet afgeschermd is. Iedereen kan overal rondlopen. Heel mooi, want zo is alles nog in zijn natuurlijke omgeving. Maar de grote downside is vrij snel duidelijk. Veel toeristen staan er gewoon op, simpelweg omdat ze niet door hebben dat het allemaal historie is. Zo zonde, want het gevolg zal straks zijn dat alles dus wel afgezet gaat worden.

We gaan in totaal twee dagen het eiland verkennen met Chris. We willen alles weten over deze mysterieuze beelden! Al snel komen we er achter dat Chris ons zoveel verteld deze dagen dat onze hoofden er soms van duizelen. bijna teveel om allemaal op te slaan. Hierbij een poging om het op papier te zetten :) .

Het eiland heeft een driehoekige vorm, zie bovenstaande plattegrond. Het is namelijk ontstaan uit drie vulkanen (Poike, Rano Kau en Terevaka) die door uitstromende lava aan elkaar zijn gegroeid. Verder is het eiland vrij kaal. De legende verteld dat er vroeger veel bomen waren, maar dat deze vrijwel allemaal gekapt zijn om de beelden te kunnen vervoeren. We bezoeken de oudste vulkaan, Rano Kau. Bovenaan de rand kijk je zo in de prachtige krater. In deze krater groeien allerlei medicinale planten. Vandaag de dag worden deze nog (niet geheel ongevaarlijk) geplukt op de bodem van de krater om vervolgens te gebruiken voor homeopathische medicijnen.

DSC_0033.JPG

Eerst eens wat over de inwoners van Rapa Nui. In totaal wonen er ongeveer 5.000 mensen op het eiland. Hiervan zijn 4.000 mensen Rapa Nui en 1.000 van het vaste land of een ander land. Leuk feitje is dat vandaag de dag meer wilde paarden dan mensen leven op dit eiland. De laatste schatting is dat er nu zo’n 6.000 wilde paarden zijn. Je ziet deze dan ook overal. De paarden hebben op dit verlate eiland geen natuurlijke vijanden zoals vossen. Dus het aantal paarden zal blijven groeien zolang er niets aan gedaan wordt.

DSC_0406.JPG

Na allerlei oorlogen tussen de clans, kannibalisme, de komst van walvisvaarders en slavenhandelaars waren in de 19de eeuw nog maar ongeveer 100 echte Rapa Nui over. Dit heeft er mede voor gezorgd dat de Rapa Nui cultuur vandaag de dag een mysterie is. Heel veel geschiedenis is gewoonweg verloren gegaan.
De Rapa Nui hebben pas sinds 40 jaar hun mensenrechten terug van de regering van Chili. Tot deze tijd mochten de mensen het dorp niet verlaten. De rest van het eiland was ‘bezet’ door schapen van een grote schapenfokkerij die het eiland huurde van Chili. Je ziet dan ook duidelijk dat de rest van het eiland helemaal niet bebouwd is, de Rapa Nui wonen op slecht 14% van het totale eiland. Dit heeft er wel voor gezorgd dat de beelden nog zo intact zijn.

Zoals al gezegd heeft Jacob Roggeveen dit eiland Paaseiland genoemd. Echter de bevolking zelf noemt het eiland (en de taal, cultuur en zichzelf) Rapa Nui oftewel Grote Rots.
De Rapa Nui cultuur bestaat uit heel veel legendes. Het vertellen van deze legendes is zeer belangrijk voor de Rapa Nui (mede doordat dit nooit schriftelijk is vast gelegd). De legendes vertellen dat er nog drie namen bestaan voor dit eiland, namelijk  ‘Mata ki te rani’ oftewel ‘Ogen die naar de hemel kijken’ . Deze naam verwijst naar de ogen van de beelden die schuin naar de hemel staan. Tevens is er nog de legende die zegt dat de eerste naam van het eiland ‘Te pito o te kainga a Hau Maka’ oftewel ‘Het kleine stukje land van Hau Maka’ is. De laatste naam is ‘Te pito o te henua’ oftewel ‘De navel van de wereld’. Deze navel van de wereld wordt vandaag de dag nog gesymboliseerd door een grote steen genaamd Pito Kura. De legende verteld dat deze steen is meegenomen door Hotu Matua (degene die de eerste nederzetting op Paaseiland heeft gevestigd). De Rapa Nui geloven dat Pito Kura vol met Mana (magie) zit. Wanneer je je handen erop legt voel je de magie. Als je een compas op de steen legt, dan schiet deze alle kanten op. De wetenschappelijke verklaring hiervoor is dat de steen magnetisch is…

DSC_0478.JPG

Nu eens wat meer over de beelden zelf….

De beelden worden Moai genoemd en zijn allemaal gehouwen uit dezelfde vulkaan. Meer specifiek uit de krater Rano Raruku. Het bezoeken van Rano Raruku is wel de meest bijzondere ervaring op dit onvergetelijke eiland. Wanneer je hier rondloopt is het net alsof de beeldhouwers 10 minuten geleden zijn weggerend. Overal zie je nog half afgemaakte beelden (in totaal ongeveer 400).

DSC_0420.JPG

DSC_0297.jpg

Veel mensen denken dat de Moai alleen bestaan uit hoofden. Dit is niet het geval. Door de eeuwen heen zijn de Moai in de aarde gezakt waardoor de hoofden alleen nog zichtbaar zijn. De gerestaureerde beelden (ongeveer 50 stuks) zijn in hun volle glorie te bewonderen. Het verhaal gaat dat vandaag de dag nog vele Moai volledig ‘verstopt’ zijn onder de aarde. Deze zijn echter nog zo goed geconserveerd dat ze ze weer hebben ingegraven. De Moai die zichtbaar zijn, zijn namelijk sterk onderhevig aan erosie door alle weersinvloeden. In totaal zijn er nu 887 Moai zichtbaar op het eiland.

DSC_0245.JPG

De eerste beelden stammen uit de 15de eeuw. De legendes vertellen dat de beelden overleden familieleden kunnen voorstellen, of nog in leven zijnde stamhoofden. Het kostte ontzettend veel tijd om een Moai te vervaardigen (gemiddeld 1 jaar). Het grote mysterie is hoe de beelden naar hun definitieve plek werden gebracht. Er zijn verschillende theorieën over het vervoeren. De meest aannemelijke theorieën zijn dat de Moai of met spierkracht, touwen en ronde balken over het eiland werden verplaatst of dat ze rechtopstaand vooruit gewaggeld werden.

Wat betreft het rechtop zetten van de Moai is er 1 theorie die wij zeer aannemelijk vinden. Namelijk het omhoog krikken met grote stenen. Voor de duidelijkheid hebben we een foto gemaakt van het bord :) . Onderaan zie je de uitleg.

DSC_0113.JPG

De definitieve plek van een Moai was altijd een ceremoniële plek (Atu). Het doel van de meeste Moai was om ze heilig te maken. Echter een beeld was pas heilig wanneer de ogen in de kassen geplaatst waren. De ogen bestonden uit grote ronde witte koralen.

Sommige beelden hebben ‘hoeden’ van rood gesteente. Dit moeten echter geen hoeden voorstellen maar het haar oftewel Pukao. De Rapa Nui hadden oorspronkelijk lang donkerrood haar dat vastgebonden op het hoofd werd gedragen. Deze Pukao werden allemaal gemaakt uit de vulkaan Puna Pau.

DSC_0205.jpg

De Moai hebben ook allemaal een buikje met daarop hun handen gespreid. Aan de handen zitten hele lange nagels. De legendes vertellen dat in het haar en de nagels de Mana oftewel Magie zit. Deze werden dus nooit geknipt. Verder was en is overgewicht een schoonheidsideaal. Daarom hebben alle beelden een mooie ronde onderbuik.

Het grootste beeld dat ooit heeft gestaan is de Moai Paro, deze was bijna 10 meter hoog en had een gewicht van 75 ton. De zwaarste was iets minder hoog en woog 86 ton. Een onafgemaakt beeld op Ahu Tongariki zou, indien af, ongeveer 21 meter hoog zijn geweest en 270 ton wegen.

Dit beeld had het hoogste beeld moeten worden.

DSC_0375.jpg
De meest afwijkende Moai is wel Tukuturi, deze heeft een baard en een knielende houding, en is waarschijnlijk een van de laatst vervaardigde Moai. De legende verteld dat deze Moai een belangrijke overleden priester moet voorstellen.

DSC_0365.JPG
Uiteindelijk zijn alle beelden halverwege de 19de eeuw omvergeduwd door de bevolking zelf. De reden is vandaag de dag onduidelijk. Een aannemelijke legende vertelt dat de beelden omver zijn geduwd tijdens een oorlog tussen twee clans. De ene clan wilde alle beelden in de zee gooien en de andere clan was hier tegen. Gevolg is dat de beelden omvergeduwd zijn, maar niet (allemaal) in zee gegooid. Er is vandaag de dag 1 Moai die te bewonderen is op de bodem van de zee. Deze is alleen niet echt. De Moai is gemaakt voor de film Easter Island, waar vrijwel iedere eilandbewoner een rolletje in heeft gespeeld.

Veel Moai en rotsen zijn bewerkt met hiërogliefen. Deze hiërogliefen stammen uit de Tangata manu oftewel Birdman Cultuur. De legendes vertellen dat de Birdman cultuur is ontstaan na de periode van het maken van Moai beelden. Echter het blijven allemaal veronderstellingen, niets is zeker.

De Birdman was de winnaar van een jaarlijks wedstrijd tussen de verschillende clans. De clan van de winnaar mocht dat jaar regeren over het eiland. Kortom een zeer belangrijke wedstrijd!
De deelnemers werden geselecteerd op basis van de dromen van Ivi Attuas (helderzienden). Echter deze deelnemers wezen dan weer een Hopu oftewel afgevaardigde aan, die feitelijk de hele wedstrijd voor hen uitvoerden. Zo was de winnaar dus eigenlijk nooit degene die echt daadwerkelijk het ei had gevonden. Het doel van de wedstrijd was het vinden van het eerste Manu Tara oftewel ei op het eiland Motu Nui. Degene die het ei als eerste had gevonden bleef op Motu Nui totdat hij spiritueel vervuld was voor zijn terugkeer. Alle deelnemers moesten van Motu Nui vervolgens terug zwemmen naar Rapa Nui en de klif van Rano Kau beklimmen. Zoals je je kunt voorstellen was dit een gevaarlijke wedstrijd. Vele overleefden het niet.

Motu Nui ligt samen met de twee andere piepkleine eilandjes genaamd Motu Iti en Motu Kao Kao voor de kust van Rapa Nui

DSC_0051.JPG

Nadat het ei was overhandigd aan de winnaar werd er een ceremonie gehouden om de winnaar voor het aankomende jaar tot Tangata-Manu (hoofd van het eiland) te benoemen. De ceremonie startte op Rano Kau en afhankelijk van de clan werd de ceremonie afgerond op de Anakena of Rano Raraku. Na afloop van de ceremonie trok het nieuwe hoofd zich terug. Hij was dan 5 maanden in Tapu (letterlijke betekenis is taboo, bedoelen ze mee in retraite). Tijdens deze 5 maanden liet hij zijn nagels en haren groeien om zo meer Mana te creëren.

Helaas is de Birdmancultuur in 1860 door de Missionarissen onderdrukt. Gelukkig zijn ten tijde van de Birdman cultuur nog vela hiërogliefen gemaakt. Deze tekeningen beelden met name drie figuren af. Allereerst Make- Make, de hoofdgod van de Birdman Cultuur en tevens schepper van de mens en de vruchtbaarheidsgod. Daarnaast werd Hawaa-tuu-take-take, Hoofd van de eieren, veel afgebeeld. en Vie Hoa (zijn vrouw) af.

Op deze rost zien we duidelijk de hiëroglief van Make-Make (we hopen dat jullie het ook zien :) ).

DSC_0169.JPG

We brengen ook nog een bezoek aan de zogenaamde Cannibal Cave waar nog een originele tekening te vinden is van de Birdman.

DSC_0015.jpg

DSC_0022.JPG

Het weekend hebben we lekker ‘vrij’. We boeken bij de lokale duikshop twee duikjes voor Fe en 1 voor Char en verder zitten we lekker op het strand. Op zondag worden we door een Rapa Nui vriend van Sharon uitgenodigd voor een zondagse Rapa Nui lunch. Dat betekent BBQ. Dat lijkt ons natuurlijk wel wat, eens even binnen kijken bij de lokale bevolking. Petero blijkt een redelijk bekende artiest te zijn in Chili. Hij is als afgevaardigde van Chili naar o.a. Japan en de VS geweest. Hij maakt de meest prachtige Rapa Nui beelden van hout en steen. Zijn beelden zijn terug te vinden over de hele wereld. In zijn zeer eenvoudige huis staan dan ook echt prachtige kunstwerken.
Momenteel is hij samen met zijn broer 7 stenen Moai aan het maken voor het jaarlijkse Tapati Rapa Nui festival, waar nog steeds de verschillende clans strijden tegen elkaar in een uitgebreide wedstrijd. Deze wedstrijd is in de maand februari. Helaas missen wij dit dus.

De broer van Petero is hard aan het werk, terwijl….

DSC_0793.JPG

Petero met Fe een biertje zit te drinken.

DSC_0792.JPG

Petero biedt ons zijn huis aan om een tijdje te blijven, zodat we het festival ook mee kunnen maken. Hij begrijpt niet waarom we niet gewoon onze tickets verzetten. Petero wil ook een hotelletje bouwen, of we dat niet willen komen runnen? Geheel in Rapa Nui stijl worden we uitgenodigd om de volgende dag weer terug te komen en de dag daarna weer. Wij vinden het prachtig en drinken gezellig Jote met Petero en zijn familie. Jote is de lokale drank die heel belangrijk is. Na alle bodega’s die we bezocht hebben is dit toch wel echt de topper. Jote bestaat uit een half glas goedkope rode wijn (uit pak, uit de koelkast!) en dit aangevuld met een half glas, jawel…., cola! Zowaar nog best te drinken. Deze wijn wil je ook serieus niet ‘puur’ drinken. Tijdens het Jote drinken ‘leren’ we van alles over Rapa Nui. Mooiste is toch wel de Rapa Nui law. De law is dat er geen law is. Althans als er wat gebeurd, dan is het vaak je eigen probleem. Wordt je bijv. aangereden, tja dan had je beter op moeten letten (veelvoorkomende uitspraak van de rechter). Je hebt je eigen verantwoordelijkheid. Stelen kennen ze hier werkelijk niet, dus dat is geen probleem. Helaas is er het laatste jaar voor het eerst een verkrachting geweest. De dader was overigens geen Rapa Nui, maar iemand van het vaste land. De Rapa Nui zijn hele lieve mensen, behalve als je ze kwaad maakt dan beginnen de Rapa Nui mannen eerst te rammen en daarna pas te vragen (ehmmmm, juist ja). Tenslotte rijdt er nu best wat Chileense politie rond. De Rapa Nui zijn in opstand gekomen tegen Chilenen die hotels runnen op grond waar zij geen eigenaar van kunnen zijn volgens de Rapa Nui legendes. De opstand mond uit in het kraken van de hotels. De politie probeert de Rapa Nui er uit te krijgen. Helaas lukt de politie dit niet heel goed. Ze zijn een beetje bang voor de Rapa Nui, want als je ze boos maakt beginnen ze meteen te rammen…. Op het eiland is ook geen Rapa Nui politieman of vrouw te vinden. Dat zou niet werken, want iedereen kent en matst elkaar… De politie wordt ook totaal niet serieus genomen door de Rapa Nui. Zodra je over politie begint, wordt er heel hard gelachen. Tenslotte kennen ze geen verzekeringen en geen belastingen op Rapa Nui, lekker makkelijk!
Uiteindelijk maken Petero en zijn broer voor ons een prachtige kleine stenen Moai als afscheid. Het is natuurlijk een ultiem aandenken, helaas wordt onze bagage er niet lichter op met een stenen beeldje…

We kunnen natuurlijk niet Paaseiland verlaten zonder een kijkje onderwater genomen te hebben. Paaseiland staat niet zozeer bekend om zijn bijzondere vissen, maar wel om het meest heldere water ter wereld. Wat inhoudt dat je hier zicht kan hebben van 150 meter!! Felix gaat een duik maken bij het eiland van de birdman, Motu Nui, om hier de 32 meter aan te raken (Char heeft voor deze diepte niet het juiste diploma). Het zicht is inderdaad onvoorstelbaar!

L1060840.JPG

In de middag maken we samen de tweede duik. De eerste keer duiken voor Char in tropisch water, no worries want hier zijn geen haaien :) . We maken een ware ‘duiktocht’ op zo’n 17 meter over de bodem van de zee tussen super mooie koraalwanden en tunnels.

DSC01430.JPG

Op onze laatste volle dag hebben we een jeep gehuurd. Er zijn nog twee dingen die we gezien hebben tijdens de tour, maar die we gewoon graag nog een laatste keer willen zien. Allereerst willen we terug naar Ahu Tongariki.  Ahu Tongariki is de grootste Ahu op het eiland. Hier zijn in totaal 15 Moai volledig gerestaureerd. Deze restauratie heeft in totaal maar liefst 5 jaar geduurd. Hier vindt je ook de zwaarste Moai die ooit overeind is gezet (86 ton). Een eerste glimp van deze Ahu (ceremonieel platform) hebben we gezien we vanaf Rano Raruku. We zijn zo onder de indruk dat we dus besluiten om later terug te komen. Om precies te zijn voor de zonsopgang. Deze Ahu ligt namelijk pal aan zee. In de vroege ochtend crossen we met onze gehuurde jeep over het eiland. Het is nog donker en we komen werkelijk geen mens tegen, terwijl we toch wel 30 minuten moeten rijden naar de andere kant van het eiland. Zodra we langs de zee rijden zien we al langzaam de lucht boven zee kleuren. Wouw wat is dit toch mooi. Wel opletten, want hier en daar moeten we even wat wilde paarden en koeien ontwijken.

Daar zijn we dan, net op tijd, helaas zijn we hier niet alleen. De eerste keer dat we meer dan 10 toeristen bij elkaar zien op Rapa Nui. Jammer, we hadden de stille hoop dat we hier alleen zouden kunnen zijn. Maar ook hier zijn er meer wilde paarden dan toeristen aan het kijken naar de zonsopgang :) ! Langzaam zien we alle kleuren van de zonsopgang achter de beelden verschijnen. We hebben natuurlijk ontelbaar veel foto’s en filmpjes hiervan, maar we hebben een zeer strenge selectie voor jullie gemaakt :) .

DSC_0555.jpg

DSC_0599.JPG

DSC_0576.JPG

Wanneer we zeker weten dat de zon helemaal is opgekomen stappen we weer in onze jeep om terug te rijden voor het ontbijt.
Wat plaatjes van de rit terug naar het dorp
DSC_0665.JPG

DSC_0685.JPG
Aangekomen in het dorp zijn alle trucks weer aan het uitladen met hun voedsel.
Iemand zin in stukje vlees vanavond?
DSC_0702.JPG

We kopen wat vers fruit uit een van de trucs en gaan lekker ontbijten. Daarna pakken we snel onze snorkels om nog een keertje terug te gaan naar het andere hoogtepunt van onze tour met Chris. Een hagelwit strandje genaamd Anakena. Anakena ligt aan een azuur blauwe zee en is bezaait met palmbomen. Vrij uitzonderlijk voor Paaseiland aangezien de rest van het eiland (op 1 ander piepklein strandje na) alleen maar uit rotsen bestaat. Topper van dit strandje zijn de Moai die daar de ultieme plek hebben gekregen. Volgens de legendes was Anakena de aankomstplek voor Hotu Matu’a. Hij was het Polynesische hoofd die hier als eerste voet aan wal zetten en een nederzetting heeft gebouwd. Ook in de Birdmancultuur was Anakena belangrijk. Hier werd de jaarlijkse ceremonie afgesloten indien 1 van de westerse clans had gewonnen.

DSC_0730.JPG
DSC_0726.jpg

Tijdens onze laatste uurtjes wordt het wel echt nog even tijd om de schildpadden van onderwater te bekijken. Tijdens het duiken zijn we ze helaas niet tegen gekomen. Snorkel en flippers aan en weg zijn we. Binnen 5 minuten is het raak. Daar is ie dan, de eerste enorme schildpad. Op een metertje afstand komt dit enorme beest (1,5 meter) relaxed voorbij zweven. Hij trekt zich van ons helemaal niets aan. Wouw, geen woorden voor…. Wel even opletten, Char was in de ban van de turtle en zat al redelijk ver in de enorme stroming. Pff even flink er tegen in zwemmen en op het moment dat we uit de stroming gegooid worden zien we de tweede schildpad voorbij komen. Ongelofelijk want het is hier echt slechts een meter diep! Op naar Petero voor onze afscheidslunch.

We hebben ook wat turtles op film!

Het allerlaatste uurtje is aangebroken. Het eiland doet iets met ons. Maar wat dat ‘iets’ is, dat is eigenlijk niet uit te leggen. We besluiten dat het de Mana is die in je kruipt…. We staan met tranen in onze ogen (voor Char letterlijk) op het vliegveld. Je kunt altijd zeggen dat je weer terug komt, maar realistisch gezien is de kans klein (we overleven het wel hoor ;) )….  Er is wel een ding zeker, deze plek zal ons altijd bij blijven. Al is het alleen maar door de ketting met een schelp en veer die we krijgen van Sharon. Volgens Polynesisch gebruik krijgen we de veer voor een veilige reis en de schelp voor terugkeer naar Paaseiland. De schelp moet je dus goed bewaren, want als je terugkomt moet je deze meenemen en weer in de zee gooien. Dit hele kleine stukje Paaseiland wat we hebben gekregen bewaken we met ons leven. In de volgende landen die we aandoen mag je namelijk helemaal geen schelpen en veren mee nemen. Inmiddels zijn we weer wat landen verder en hebben we alle twee onze ketting nog. So far, so good. De volgende bestemming is Frans Polynesië, hierover volgende keer meer!

Groetjes Felix en Charlene

PS: In het mapje foto’s vind je meer foto’s.

DSC01422.JPG

San Pedro, Valparaiso & Santiago

Ons derde land, Chili!

Na een paar mooie dagen in Salta nemen we afscheid van Argentinië. Met de bus gaan we van Salta naar San Pedro de Atacama. Het beloofd een 10 uur durende rit dwars door de woestijn te worden. We zijn benieuwd. Vanwege de grensovergang is deze busrit overdag. Dus wederom vroeg uit de veren om de bus van 7 uur ‘ s morgens te halen. En daar zitten we weer.
Ons voornemen is om niet alleen afscheid van Argentinië te nemen, maar ook van de lange busritten. Even tellen… In 6 weken hebben we 7 busritten van gemiddeld 20 uur gemaakt. Het is een prima vervoersmiddel, maar soms zijn er dingen die je nu eenmaal genoeg hebt gedaan.
De eerste paar uur van de busrit liggen we heerlijk te slapen. We zijn redelijk af. Het reistempo ligt hoog en daarbij zijn de klimaat en temperatuurwisselingen redelijk groot. Tezamen met de lange busritten en de korte nachten begint het ons wel wat uit te wonen. Dan moet je weer vroeg op voor de éne tour, en dan ben je weer laat thuis van de andere tour… Maar wanneer we weer zo’n highlight zien, dan zijn we weer helemaal vol met energie.

Wanneer we wakker worden zitten we al redelijk hoog in de bergen. We stijgen en stijgen. Langzaam zie je de omgeving veranderen. De rotsen worden meer en meer vervangen voor enorme zandbergen.

DSC_0071.JPG

Zelfs hier, midden in de Atacama woestijn, wonen mensen.

DSC_0113.JPG

Wanneer we vol in de woestijn zitten zien we weer de omgeving veranderen. Dit wisten we niet…. We zien gewoon zoutvlaktes, wouw.

DSC_0102.JPG

Naar San Pedro de Atacama

Eenmaal aangekomen bij de Argentijnse grens moeten we eerst ‘uitchecken’. We hadden al gemerkt bij Iguazu dat Argentinië geen vriendjes is met Brazilië. Maar het blijkt dat de Argentijnen en de Chilenen wederom niet echt op 1 lijn zitten…. Na drie uur wachten bij de Argentijnse grenspost gaan we weer op weg. Met 1 persoon minder wel te verstaan. Er is 1 Argentijnse jongen die problemen had met zijn papieren. Helaas hebben we niet kunnen achterhalen wat nu precies de reden was. Maar de jongen mag niet mee, tas en jas uit de bus. En we vertrekken. Nog een uurtje tuffen en daar zijn we dan bij de Chileense grenspost. Alles, maar dan ook alles wordt uit de bus gehaald. Onze tassen liggen ergens op een grote hoop op de stoep en wij moeten met z’n allen in de rij.

Daar zijn ze gek op hoor, rijen. In de gemiddelde winkel in Argentinië en Chili gaat het als volgt; eerst in de rij voor een bonnetje voor hetgeen je wilt kopen (wat je dan moet uitleggen/ aanwijzen), vervolgens kun je met het bonnetje in de volgende rij je spulletjes ophalen en met een beetje mazzel is er nog een derde rij waar je de spulletjes mag afrekenen. En denk maar niet dat van deze regels wordt afgeweken. Het komt regelmatig voor dat er bijna geen andere klanten zijn en er maar 1 persoon achter de toonbank staat. Maar dan nog zijn er drie (weliswaar onzichtbare) rijen.

Maar we dwalen af, terug naar de Chileense grenspost…. Rij 1 is voor de papieren en de stempel. Ook de Chilenen kennen geen haast. Dus we fikken lekker weg vol in de bloedhete woestijnzon (we hebben meteen een mooi kleurtje erbij). Vervolgens is het tijd voor rij 2. Dat houdt in dat je je tassen eigenhandig uit de grote hoop op de stoep vist en hiermee in de rij gaat staan. Want of je nu met het vliegtuig of de bus Chili binnen komt, al je bagage moet natuurlijk door de scanner. Geen problemen, slechts de gebruikelijke frons voor de duikapparatuur. De tassen kunnen weer in de laadbak van de bus. Eindelijk zitten we weer allemaal. We rijden letterlijk 10 meter om vervolgens op onze bestemming aan te komen. Ehm juist ja, dat hadden we ook wel kunnen lopen. Daar staan we dan, midden in de woestijn. Even schakelen… Hier is geen taxi om ons naar ons hostel te brengen… Gelukkig blijken de Chilenen heel aardig (aardiger dan de Argentijnen). Ze proberen een kamer aan je te slijten, maar slechts 1x nee is genoeg. Ze willen je meteen graag de weg wijzen naar je hostel.
Tassen op de rug en lopen maar. Overal waar je kijkt is zand, zand en nog eens zand. Alle gebouwtjes zijn laag en klein. Meer en deel heeft golfplatendaken en de muren zijn, geheel in stijl met het landschap, van grote zandkleurige stenen.

DSC_0244.JPG

DSC_0229.jpg

In een week tijd switchen we nu van jungle, naar bergen, naar woestijn. En overal zijn highlights. We besluiten dezelfde avond nog om onze plannen wederom weer eens wat te wijzigen. Als je een reis zoals deze gaat maken is het goed om vooraf een plan te hebben. Dat reist fijn. Maar dit plan is er vooral ook om het te kunnen wijzigen ;) Er zijn zoveel factoren waar je vooraf thuis tijdens de vele leuke ‘plangesprekken’ geen rekening mee houdt. Inmiddels weten we ook dat deze wijzigingen in onze plannen meestal hele mooie, onverwachtse gebeurtenissen geeft :) . Maar goed, we besluiten dus iets wat de rem van ons reistempo in te trappen. Gevolg is dat we niet naar de zoutvlaktes van Bolivia gaan. Jammer, jammer want het schijnt erg mooi te zijn. Maar ja, we hebben ook al heel veel mooie dingen gezien, en er staan er nog genoeg op het programma. We willen eerder naar Valparaiso vertrekken, de havenstad van Chili. Onze super aardig hotelbaas geeft wat adviezen. Deze blijken top! Hij vertelt ons dat Valparaiso de plek is in Chili om Oud en Nieuw te vieren. Dus regelen we voor Oud en Nieuw snel het gebruikelijke recept; vliegtickets, bustickets, taxirit en hotel.

We hebben drie dagen in San Pedro en deze willen we toch nog wel ten volle benutten. Met de geplande week niksen in het vooruitzicht stampen we deze dagen in San Pedro nog even flink vol. De gemiddelde nachtrust ligt op 4 uurtjes. Ach ja. De eerste dag gaan we een tour maken door een stukje van de Atacama met als hoogtepunt de Valle de la Luna (de facebookers onder ons hebben al een sneakpreview gehad).

De Atacama is 970 km lang. Het merendeel van de woestijn ligt in Chili, maar de woestijn ligt ook deels in Peru, Bolivia en Argentinië. De woestijn ligt gemiddeld op 610 meter boven zeeniveau en last but not least; het is de droogste woestijn ter wereld. Drie jaar geleden zijn er enkele druppels regen waargenomen! De woestijn is prachtig met rots en steen formaties in de vreemdste vormen en kleuren. En bijna overal waar je kijkt heb je een prachtig achtergrondbehangetje van vulkanen.

DSC_0145.JPG

We bezoeken ook Death Valley. Waarom de naam Death? Omdat er helemaal niets leeft. Bizar hier leeft echt niets, geen beesten, geen insecten, zelfs geen planten. Nou, op 1 plantsoort na. Deze zaadjes zijn ooit in de woestijn beland en hebben zich zo ontwikkeld dat ze kunnen leven van zout ipv van water.

DSC_0162.JPG

We maken nog een mooie wandeling tussen rotsformaties in de woestijn. De rotsen bestaan deels uit steen, maar een heel groot deel is zout. Je hoort het dan ook continu kraken. Het zout zet in en uit van de hitte overdag en de kou in de nacht. Wat een plaatje alles bij elkaar.

DSC_0242.JPG

DSC_0218.JPG

Dan is het tijd voor het hoogtepunt van deze tour, de Valle de la Luna. Waarom de vergelijking met de maan? In de loop der eeuwen hebben wind en water indrukwekkende kleuren en vormen gecreëerd die bij elkaar lijken op een maanlandschap.
We zien zoutsculpturen die zijn ontstaan door water en wind. Hier is geen mensenhand aan te pas gekomen. Daarnaast is er een enorme zandduin die de vorm heeft van een halve maan. De bedoeling is om de zonsondergang te zien van bovenaf. Dus we klimmen met z’n allen de zandduin op en verder over de rotsen. Zo dat is best hoog. Maar blik vooruit. Eenmaal bij het einde aangekomen snel een plekje zoeken en gaan zitten voor de zonsondergang.

Wouw, we zijn weer helemaal wakker. Wat is dit ongelofelijk gaaf! Dingding deze highlight knalt regelrecht omhoog in onze toplijst. Hij haalt Machu Pichu net niet in, of toch wel… Pfff.

DSC_0265.JPG

DSC_0266.JPG

DSC_0354.JPG

Voldaan stappen we ons bedje in voor een paar uurtjes slaap. Om 3.30 uur gaat de wekker de volgende ochtend voor de tweede tour. We gaan naar de Tatio geisers. Deze geisers vormen een geothermisch veld die hoog in de bergen van de Andes liggen, om precies te zijn op 4300 meter. Het is zo’n 3 uur rijden vanaf San Pedro. Het meest spectaculairst zijn de geisers met zonsopgang. Enerzijds vanwege de mooie kleuren van de zon, maar anderzijds vanwege de kou. Hoe groter het verschil is tussen de temperatuur binnen in de geiser en buiten de geiser, hoe hoger de geiser gaat spuiten.
Drie uur lang schudden we op de zandweggetjes omhoog en omhoog. Zelfs met deze omstandigheden kunnen we inmiddels prima een tukkie doen. Het hoogtepunt van de tocht ligt op 4900 meter. We zakken nog iets om uiteindelijk dus op 4300 meter uit te stappen. Brrrr, wat is het koud. We waren voorbereid (alle truien en sokken over elkaar aan). Maar de kaken van Char bleven maar klapperen. De tourguide checkt even de temperatuur. De meter staat op -- 8 graden Celsius. Klapper, klapper. Dit is overigens een prima temperatuur voor deze nachtelijke uren. In de winter is het bij de geisers in de vroege ochtend -- 27 graden. Dat lijkt ons echt heel koud, maar ja de geisers spuiten dan wel nog veel hoger.
Het wachten is op het opkomen van de zon. Ondertussen lopen we voorzichtig rondom de verschillende geisers. Zoiets hebben we nog nooit gezien. Heel mystiek. Je hoort het water overal borrelen. En zo nu en dan begint er ineens een geiser te spuiten. De enorme omvang van de dampen worden steeds iets meer zichtbaar naarmate het lichter wordt. Poeh, het lijkt een eeuwigheid te duren voordat de zon een beetje begint op te komen. Af en toe even opwarmen in de dampen van de geisers. Niet te dichtbij, want het is hartstikke heet. Dan is het eindelijk zo ver, de lucht begint langzaam te kleuren. We zien het water uit de geisers spuiten en de dampen nemen de mooiste kleuren van de lucht over. De vinger van Char blijft maar hangen op de klikknop van de camera. Ohw, ohw, ohw wat is dit mooi…..

DSC_0001.JPG

DSC_0009.JPG

Nadat de zon is opgekomen krijgen we een ontbijt bestaande uit thee (jeej!) en gekookte eitjes. Natuurlijk gekookt in de geisers. Beetje toeristisch, maar toch wel erg leuk om te zien. En bovendien lekker om je handen mee op te warmen.

DSC_0055.JPG

Zo nu zijn we een beetje opgewarmd. Hup in het busje, hobbel, hobbel, boink, boink…. En nu is het tijd voor echt relaxen. Verderop is er een geiser die een natuurlijk thermisch bad heeft gevormd. Snel kleren uit, brrrr, en er in.

DSC_0071.JPG

We kijken elkaar een beetje gedesillusioneerd aan. Ehm, dit is koud…. Of hebben we het nou mis? Verderop dobbert een groepje mensen met een big smile. Daar maar heen zwemmen. Ohw gelukkig. De geiser zit aan deze kant, dus hier is het lekker warm. We snieken zachtjes helemaal naar voren. Yes, eersterangs bij de geiser. Ohw, wat is dit lekker warm. En soms heet, heet, heet…. Even ietsje naar achter anders verbrand je. Zo en nu terug naar San Pedro.
We stoppen nog voor wat alpaca’s onderweg die lekker staan te grazen in een oase midden in de woestijn. Blijft bizar om ineens een heel stuk groen te zien midden in al dat zand. San Pedro zelf is overigens ook een natuurlijke oase.

Tenslotte stoppen we nog in een dorpje. Eén van de oudste dorpjes in de Atacama woestijn. In de verte zien we een alpaca-hoedster. Gewapend met stok, stenen en geschreeuw houdt ze haar alpaca’s keurig in de toom.


Eenmaal terug in het dorp hebben we snel wat dingen te regelen. Belangrijkste is onze overtollige kilo’s lozen. We hebben geen echt koud weer meer op het programma staan van onze reis. Dus we hebben bij het lokale postkantoortje een grote doos gehaald en deze helemaal vol gepropt. In totaal is het ruim 17 kilo. Yes, de backpacks zijn nu een stuk beter te tillen.
In de middag staat de laatste tour op het programma. In de woestijn is een enorme zoutvlakte. Op deze zoutvlakte zijn een aantal lagunes ontstaan die een zeer hoge concentratie zout bevatten. Dus wederom hobbel, hobbel. Deze keer dwars over de zoutvlaktes. We springen in de lagune en komen meteen weer omhoog. Net als in de dode zee blijven we heerlijk drijven (in de map foto’s zie je een foto van een drijvende Char).

DSC_0132.JPG

We stoppen nog bij wat andere mooie plekken op de zoutvlakte om tenslotte de zonsondergang te zien bij de mooiste lagune.

DSC_0170.JPG

DSC_0217.JPG

We komen laat terug in ons hostel. Snel even wat eten en naar bed voor wederom een paar uurtjes slaap. De volgende ochtend, op oudejaarsdag, gaat de wekker om 5.30 uur. Wat een prachtige dagen hebben we in San Pedro gehad. Voldaan en volledig gezandstraald vertrekken we ‘s morgens vroeg. Op naar Santiago, om daar vervolgens meteen de bus te nemen naar Valparaiso.

Valparaiso

Valparaiso is allereerst de grootste en daarmee ook de belangrijkste havenstad van Chili. Dit valt dan ook niet te missen. De stad ligt verspreid over een baai waar grote schepen liggen te wachten om te kunnen lossen. Op de kade staan ontelbare grote zeecontainers gestapeld.

Naast de haven staat Valparaiso bekend als een van de indrukwekkendste steden van Zuid-Amerika. De stad is uniek in zijn soort. Het ligt verspreid over vele steile hellingen die allemaal eindigen vlak bij de haven. De verschillende buurten beginnen dan ook allemaal met de naam Cerro oftewel Berg. In de binnenstad van Valparaiso is veel mooie architectuur te vinden. Ook nu kunnen we weer een vinkje zetten op de Werelderfgoedlijst van Unesco.
Wanneer je aankomt vallen twee dingen meteen op. Allereerst natuurlijk de steile bergen. Maar daarnaast is alles in kleur. Alle gebouwen zijn in verschillende kleuren. Tezamen met de steile bergen waar de gebouwen tegenaan zijn gebouwd is het geheel echt een plaatje. Om jezelf te verplaatsen van de éne naar de andere berg zijn hier liften gebouwd. Dat werkt echt heel handig. In de fotomap Valparaiso zie je een foto van de liften.

DSC_0375.jpg

DSC_0304.JPG

Zoals al eerder gezegd staat Valparaiso bekend als De Plek om Oud en Nieuw te vieren. De Chilenen rukken massaal uit naar deze stad op Oudjaarsdag. Op naar Valparaiso. Onze busrit duurt dan ook 3,5 uur ipv de gebruikelijke 2 uur. De regering van Chili steekt ieder jaar vanaf grote schepen in de baai, over een lengte van 20 km, een enorme hoeveelheid vuurwerk af. Dit is dan ook in de wijde omtrek te zien. Het jaar 2010 was voor de Chilenen bepaalt geen makkelijk jaar vanwege de flinke aardbeving in februari en de ingestorte mijn einde van het jaar. Aanleiding voor de regering om nog groter uit te pakken dan het jaar daarvoor.
We hebben een hostel buiten het centrum. Een perfecte plek voor het vuurwerk blijkt. Van het terras naast onze hotelkamer hebben we een fenomenaal uitzicht over de hele baai. We zijn net op tijd om nog wat champagne in te slaan voor het voorspelde spektakel. Wij besluiten 2 x Oud en Nieuw te vieren dit jaar. De eerste keer is de NL tijd en de tweede keer de Chileense tijd :) . We hebben hele leuke Canadese buren, waarmee we het Chileense nieuwe jaar in gaan. De film hebben jullie al gezien op onze site. We hebben nog een paar fotootjes geupload van het spektakel, zie ook map foto’s Valparaiso.

De baai in de avond zonder vuurwerk.

DSC_0253.JPG

Wanneer we de stad wat beter gaan verkennen is het ook duidelijk dat het geen rijke stad is. Vrijwel alle gebouwen zijn enigszins in vervallen staat. Het concept golfplaat wordt hier dan ook veelvuldig gebruikt. De leukste buurt van Valparaiso is Cerro Concepcion. Dit is de hippie wijk, waar vele kunstenaars wonen. Het stikt hier van de gezellige terrasjes en kleine galeries, maar vooral van de enorme graffiti kunstwerken.

Hier denken ze toch anders over Elvis, dan in NL (speciaal voor Pap Char ;) ).

DSC_0363.jpg

DSC_0334.JPG

DSC_0361.jpg

We zijn heerlijk een paar dagen aan het niksen. De highlight van de dag is boodschappen doen bij de buurtsupertjes. We gaan echt 30 jaar terug in de tijd. Alle winkeltjes bestaan uit pijpenlaadjes met een grote toonbank. Alles aanwijzen maar. Na twee dagen kennen ze ons al bij de groenteboer, bakker, slager en slijter :) . We vinden het zo relaxed dat we nog een nachtje bijboeken in Valparaiso, we willen hier niet weg!

De laatste dag willen we de Chileense wijnen een kans geven om de Argentijnse wijnen te verslaan. We gaan een dag de wijngaarden van de Chileense wijnstreek Casablanca Valley verkennen. Het is leuk, maar vooral ook lekker. Het is vrij snel duidelijk. De Argentijnse wijnen hebben wat ons betreft gewonnen. Nou ja, vooral de Argentijnse bodega’s. In Mendoza is het indrukwekkender. Voor onze Chileense wijntour hebben we overigens wel een bijzondere gids. Deze meneer bestaat uit 1 bonk spier. Na 29 jaar gewerkt te hebben als commando bij de US Marine vond hij (eigenlijk vooral zijn vrouw) dat het tijd was om met pensioen te gaan. Stil zitten is niet echt zijn ding. En daarom heeft hij het druk met van alles en nog wat. Iets nieuws is toeristen mee op tour nemen. Binnen 5 minuten is het duidelijk dat de US Marine nog vers in het geheugen zit. We krijgen alle verhalen. Op het eind van zijn carrière had hij ruim 4000 man onder zich. Met een heerlijk glas wijn in de hand zitten we in de tuin van een prachtige bodega te luisteren naar zijn bloedstollende oorlogsverhalen. Zeer aparte combinatie…..
Felix vindt de verhalen super interessant, maar Char vindt het allemaal net iets te beeldend omschreven. In een poging om een ander onderwerp aan te snijden vraagt Char of hij de Atacama woestijn ook zo mooi vindt. Tja, hij was niet zo dol op de woestijn. Iets te veel negatieve associaties met woestijnen na zijn tijd in Irak en Afghanistan. Juist ja, niet zo’n handig onderwerp…..

DSC_0458.JPG

DSC_0417.JPG

Toch zijn we wel redelijk onder de indruk van de laatste Chileense Bodega. Emiliana is een ecologische wijngaard. We krijgen een uitgebreide uitleg over de aanpak. De alpaca’s worden ingezet om de het éne onkruid op te eten, de geiten worden ingezet voor het andere onkruid. Lavendel trekt alle bijen naar zich toe. En zo is voor iedere plaag een verantwoord (lees natuurlijk) bestrijdingsmiddel. Emiliana gaat ook nog een stap verder. Ze maken een apart mengsel van kruiden, stoppen dit in een geitenblaas en hangen het vervolgens 9 maanden in de boom. In de boom ontvangt het de energie van de aarde en de hemel. Na 9 maanden drogen en ‘energie’ ontvangen is het klaar voor gebruik. Het mengsel wordt gemengd met de mest. In beginsel was men wat sceptisch over deze methode. Maar Emiliana is inmiddels 1 van de meest succesvolle bodega’s in Chili. En bewijst daarmee het succes van ecologische wijnen. Ze zijn dan ook als enige in Chili gecertificeerd voor het maken van ecologische wijnen.

DSC_0495.JPG

DSC_0505.JPG

DSC_0480.JPG

Onze gids zorgt voor een prachtige afsluiting van de dag. We gaan naar een onbekend en afgelegen strandje waar je super lekkere vis kunt eten.

DSC_0511.JPG

Helaas, onze tijd in Valparaiso zit er op. We vertrekken met de bus naar Santiago. Over drie dagen gaat onze vlucht naar Paaseiland. Voordat het zover is willen we toch nog iets zien van deze hoofdstad.

Santiago

De meeste mensen zijn niet zo enthousiast over Santiago. In vergelijking met de andere grote steden in Zuid-Amerika is het niet de meest levendigste stad, niet de meeste culturele stad, niet de beste shopstad etc. Wij zijn het daar op zich wel mee eens. Toch is het wel een hele relaxte en schone stad. Het centrum is heel klein en goed te zien in een dag. Dus wij hebben lekker de tijd. Het is ruim 35 graden, 10 graden warmer dan Valparaiso. We passen onze tempo dus goed aan. Wat in houdt dat we lekker van terras naar terras hangen. En tussendoor wat mooie gebouwen bekijken.

DSC_0524.jpg

DSC_0561.JPG

We komen bij toeval ook nog terecht op de belangrijkste vismarkt van de stad. Deze bevindt zich in een prachtig oud gebouw. Aan de éne kant wordt de vis verkocht en aan de andere kant wordt de vis gegeten.

Deze man gaat een muziekje spelen terwijl de mensen een visje aan het eten zijn.

DSC_0535.jpg

We zijn gewaarschuwd voor de prijzen en beperkte voedselvoorraad op Paaseiland. Op Frans-Polynesië zal het niet veel beter zijn. Daarom slaan we, mede op advies van een aantal Chilenen, op onze laatste dag een kleine voorraad in. Hier doen ze bijvoorbeeld niet zo moeilijk over het vliegen met vloeistof. Op het bordje staat wel dat je geen frisdrank mee mag nemen, maar die 2 liter fles cola gaat toch gewoon zonder problemen langs de douane :) .
Eindelijk is het zo ver! We vertrekken naar Paaseiland. Hierover de volgende keer meer!

Groetjes, Felix en Charlene

ps. zie de fotomappen voor de andere mooie plaatjes :) !

DSC_0350.JPG

Buenos Aires, Iguazu Falls en Salta

Buenos Aires

Vanuit Cordoba stappen we wederom in de nachtbus, op naar Buenos Aires. Nachtje tukken in de bus en daar zijn we dan weer op Retiro, het enorme busstation. De busreis was iets te voorspoedig. We kwamen een uur vroeger aan. Dus om 7 uur ‘s morgens zaten we al op het terras om de hoek van ons hotel. Na ruim 6 weken met z’n tweetjes reizen gaan we weer eens iemand van het thuisfront zien. Felix zijn zusje, Paloma, ontmoeten we in Buenos Aires.

We hadden ons in eerste instantie een beetje vergist in Buenos Aires. Hier zijn namelijk geen enorme highlights. Het gaat voornamelijk om gewoon even leven in deze stad. De sfeer proeven (en de steaks natuurlijk), shoppen en gewoon je ogen de kost geven. Inmiddels zijn we redelijke ‘highlight junkies’ geworden, dus even omschakelen. Maar niet gevreesd. We hebben binnen no time de smaak te pakken. Lekker op de terrasjes zitten in de verschillende wijken, beetje cocktails drinken en de vele boetiekjes met handgemaakte kleding afstruinen. We kletsen ook wat af met de eigenaren van het Bed and Breakfast waar we slapen. Zo leren we weer wat meer van de Argentijnse cultuur. Meest opvallende opmerking. Als je 26 bent hoor je op z’n minst al 1 kind te hebben, anders gaat de familie vragen stellen. De eigenaresse is dan ook 26 en net bevallen van haar eerste zoontje… Oké, dat is wel even wat anders dan in ons landje. Ook krijgen we een super goede tip voor tango muziek. Hup in de taxi en eruit in een achteraf straatje in Palermo. Steegje in, gordijntje opzij. En boem, super toffe tango muziek live. Een zaal die vrijwel donker is en stamp vol staat met Argentijnen. Voor de liefhebbers, zie Fernandez Fierro Orchestra:

Buenos Aires bestaat uit verschillende wijken. Wij slapen zelf in Palermo. Een grote wijk die weer onderverdeeld is in sub-wijken. Palermo puilt uit van de terrasjes, restaurantjes en boetiekjes. Voor de toerist dus een super plek om te slapen. In werkelijk iedere straat in Palermo staat drinken, eten en shoppen centraal.

Wat we wel een beetje missen is dat echte Argentijnse gevoel. Vooraf hadden we het beeld van Buenos Aires dat je overal, op iedere hoek van de straat tango zou zien en horen. Maar helaas, de tango komt niet naar ons, wij moeten naar de tango. Gelukkig blijkt dit een eitje. In de wijk San Telmo bruist het Argentijnse gevoel. Ga zitten op het terras en kijk om je heen. Overal hoor je muziek en zie je Argentijnen de tango dansen, gewoon op straat. Wouw!

DSC_0212.JPG

DSC_0208.jpg

in BA ontmoeten we ook Kjell en Dorieke. Kjell is de zoon van een oud-collega van Felix. Geheel toevallig slapen we in hetzelfde Bed and Breakfast. Daar moet natuurlijk een drankje op gedronken worden! We zitten gezellig op het terras en een groep straatjongetjes klimmen op een oude Jeep die naast ons staat geparkeerd. De jongens krijgen steeds meer lol. De lichten gaan aan, de banden draaien van links naar rechts, en de de stoelen veren zo lekker mee als je er op springt.

IMG_8689.JPG

Na 10 minuten komt de eigenaar aangelopen. Wij houden onze adem in…. De man zet een grote glimlach op, gaat zitten en scheurt met alle jongetjes de straat uit. Prachtig.
Na de drankjes gaan we gezellig met z’n allen uit eten. Wij hebben het prachtige idee om wederom bij Cabrera te gaan eten (hier hebben we ons vorige bezoek ook gegeten). Het was wederom weer 2 uur wachten met gratis champagne. Maar toen we eenmaal om 00.30 uur aan tafel zaten was het eten weer top. En deze keer werden we niet ziek. We zijn inmiddels helemaal gewend aan het wegwerken van de nachtelijke vleeshompen!

Het was even inkomen, maar al snel vinden we BA helemaal leuk. Beetje rondhangen van terras, naar bar, naar club. Prima dagvulling! We hadden tot nu toe nog geen leuke bars gezien en dat begonnen we toch wel wat te missen. Vooral leuk om te zien dat het uitgaansleven in BA toch wel 5 jaar achterloopt t.o.v. ons stadje Amsterdam!

Op onze laatste dag pakken we de taxi wederom naar San Telmo, deze keer voor een antiekmarkt. Leuk om te zien. Te gek waren de straatartiesten die echt de hele straat op stelten wisten te zetten.

Tenslotte pakken we nog snel even met z’n drietjes de taxi naar La Boca. De ‘gevaarlijke’ wijk van BA. Hier zijn 3 mega toeristische straten, waar je prima toerist kunt zijn. De overige straten van La Boca worden sterk afgeraden. Het toerismegehalte in deze straten is wel erg hoog, maar toch leuk om even te zien. La Boca staat bekend om de gekleurde huizen, deze zijn dan ook niet missen. Voor de voetbalfans, vanuit de taxi vangen we ook nog een glimp op van het stadion van de Boca Juniors. Helaas bleek het seizoen net de dag voor onze aankomst in BA afgelopen te zijn. Wedstrijdje kijken zit er dus niet in.

CIMG0104.JPG

Na 5 dagen relaxen en een paar kilo’s extra bagage (die boetiekjes zijn redelijk onweerstaanbaar) wordt het tijd om verder te gaan. We hebben ernstige behoefte aan een nieuwe highlight! We stappen weer eens in de bus. Deze keer alleen met z’n drietjes! Op naar Puerto Iguazu, tegen de grens van Brazilië, om hier de Iguazu falls te bewonderen.

Iguazu falls
Na een uurtje of 20 stappen we uit in Puerto Iguazu. De laatste paar uur van de rit werden de tropen al steeds meer zichtbaar. Onvoorstelbaar hoeveel verschillende landschappen en bijbehorende klimaten er in 1 land kunnen zijn!
We stappen uit, poeh dat is weer even wennen. Het is warm en ontzettend vochtig. Het is namelijk ook nog eens zomer, dus regenseizoen. Gevolg is dat de luchtvochtigheid skyhigh is. Even lopen met onze veel te zware backpacks naar het hotel houdt in keihard zweten. We hebben slechts twee volle dagen hier, dus we regelen snel de tours. Dag 1 naar de Brazilaanse falls en dag 2 naar de Argentijnse falls. Bij de Braziliaanse falls schijn je vrij snel klaar te zijn. Dus willen we daarna nog naar een vogelpark en een enorme Dam. Maken we ons dagje Brazilie mooi vol!

De Iguazu falls zijn (tezamen) de grootste watervallen van Zuid-Amerika. Iguazu staat dan ook op de werelderfgoedlijst bij Unesco. Sommige mensen beweren zelfs dat Iguazu falls de grootste watervallen ter wereld zijn. De Nicaragua fall heeft echter de naam van de grootste waterval ter wereld. Maar het is maar hoe je het bekijkt. Nicaragua fall is namelijk de grootste aaneengesloten waterval ter wereld, maar Iguazu is in zijn totaliteit groter dan Nicaragua. Nou ja, het mag duidelijk zijn dat de Iguazu falls in ieder geval groot zijn. De Iguazu falls liggen op de grens van Argentinië en Brazilië. De totale falls bestaan uit ongeveer 300 watervallen ( het is een beetje afhankelijk van de hoeveelheid water die door de rivier Iguazu stroomt). In totaal zijn de watervallen 2,7 kilometer breed en vallen tot 82 meter naar beneden. De mooiste, grootste en bekendste waterval van Iguazu is de Devil’s throat oftewel de “Garganta do Diabo”. Dit is een enorme halfronde waterval waarin het water met een veel geweld naar beneden stort. De Devil’s throat is 150 meter breed en het water klettert 70 meter recht naar beneden. Recht door de Devil’s throat loopt de grens tussen Argentinië en Brazilië. De falls zijn dus ook van beide kanten te bewonderen in nationalparks. Aan de Braziliaanse kant heb je het overzicht, maar aan de Argentijnse kant is het mogelijk om echt langs en over alle falls te lopen.

De volgende dag op tijd opstaan en op naar Brazilië. Toch leuk om voor een dagje de grens over te gaan. De Iguazu falls zijn echt indrukwekkend. Vanaf de Braziliaanse kant heb je het overzicht over alle falls. Wouw, wat een geweld. We vinden het wel jammer dat het zo overgeorganiseerd is. Het jungle-gevoel gaat daardoor redelijk verloren.

DSC_0328.JPG

Om de rest van de dag te vullen, in Puerto Iguazu is weinig te beleven, gaan we nog naar de buren, het vogelpark. Ondanks dat de vogels hier niet helemaal vrij leven, zijn het wel de vogels die hier echt in het oerwoud leven. Wat een te gekke kleuren…

DSC_0344.JPG

DSC_0401.JPG

Tenslotte gaan we nog naar Itaipu. Deze enorme dam ligt op de grens met Brazilië en Paraguay. De bouw heeft 11 jaar geduurd en was in 1982 geheel klaar. De verwachting is dat in 2023 de investeringskosten zijn terugverdiend. Gelukkig hebben de overheden van beide landen destijds een handje geholpen met de investeringskosten. De Itaipudam heeft een lengte van 7,7 km en is 196 meter hoog. Het is dan ook de op een na grootste stuwdam ter wereld. Het is benoemd tot 1 van de 7 moderne wereldwonderen (de Delta werken behoren ook in deze top 7 :) ). Deze dam voorziet heel Paraguay en 20% van Brazilië van energie. Al het water van deze dam stroomt in totaal door 20 enorme buizen (doorsnee buis is 10 meter). Leuk feitje is dat door 2 van deze buizen net zoveel water stroom als door de gehele Iguazu falls.

DSC_0468.JPG

DSC_0478.JPG

Het tropische klimaat laat de meest prachtige vlinders en vogels vliegen. We blijven vol verbazing er naar kijken. En natuurlijk pogingen doen om deze op de foto en film te krijgen ;) .

DSC_0588.JPG

De volgende dag blijven we in ‘eigen’ land. Op naar de Argentijnse Iguazu. Ehm, we wisten niet dat Argentinie ook een Disney Land had…. Het hele park is aangelegd. Iedere grasspriet staat kaarsrecht naast de ander. Het toppunt is het open tjoek-tjoek treintje. Die met 5 km per uur je op weg helpt in het park. Gelukkig is het niet al te druk in het park. We besluiten om maar meteen in de keel van het hoogte punt te gaan kijken, Devil’s throat. Wanneer we eenmaal pal naast de Devil’s throat staan (er zijn wandelpaden over de falls heen…) zijn we Disney land vergeten. Helemaal te gek zeg dit….

We willen alles zien! En dit lukt aardig :) . Na een dag lang van de ene verbazing in de andere te vallen zijn we helemaal 1 met Disney. We besluiten om als klapper op de vuurpijl in een boot te stappen die je meeneemt tot vlak naast de Devil’s throat, aan de onderkant wel te verstaan. Het gevolg? Je bent zeik en zeiknat.

DSC_0615.JPG

DSC_0730.JPG

DSC_0709.JPG

Voldaan en nat gaan we weer terug naar Puerto Iguazu voor ons laatste tropische nachtje. De volgende dag nemen we afscheid van Paloma. Paloma gaat terug naar BA voor de kerst en wij vliegen naar het hoge noorden van Argentinië, Salta. Het belooft wederom weer een totaal andere omgeving te worden.

Salta

We komen aan in Salta op Kerstavond. We waren gewaarschuwd dat het hele land (incl. restaurants) op z’n gat ligt met de kerst. Daarom hebben we een kamer gereserveerd in een mega hotel met restaurant. Snel even douchen, een mooi kleedje uit de backpack vissen en op naar de eetzaal. We hebben een hilarische kerstavond gehad. Het was een enorm (lekker) buffet met overal groen en rode neon kerstverlichting. De meeste gasten waren Argentijnen die hier in het hotel in stijl kerst vieren. Tja en wat is dan stijl…. We hebben mensen in zwembroek met slippers gezien en mensen in complete ‘bijna’ trouwjurken met ruches en enorme sleep. Naast ons zat een oud Argentijns dametje alleen te dineren. Ze had werkelijk alle sieraden die ze thuis had tegelijk om gedaan. Ze zat de hele avond gezellig te vitten op het personeel. Het was 1 kermis. Topper was het strijkorkest dat halverwege de avond letterlijk op het buffet gingen zitten om de zaal van muziek te voorzien.

Salta is verder een prachtige stad met veel verborgen schoonheden.

DSC_0059.JPG

De volgende dag, 1ste kerstdag, hebben we op ons gemak het centrum van Salta verkend. We zien direct dat we wederom in een totaal andere omgeving zijn beland. Salta ligt tegen de grens van Bolivia aan. Bolivia is het armste land van Zuid-Amerika. Er zijn dan ook hordes Bolivianen die naar Salta komen om hun geluk te zoeken. Met weinig succes helaas. De meeste blijven illegaal en eindigen als schoenpoetsers of erger, bedelaars. Later begrijpen we dat dit dan ook een snel groeiend probleem van Salta is. Het brengt namelijk (logischer wijs) de nodige criminaliteit met zich mee. In Salta staan dan ook werkelijk op iedere hoek van de straat drie agenten met dikke mitrailleurs in de aanslag. Wij vermoeden dat het weinig indruk maakt…. We hebben aardig wat keren op het terras gezeten. Overal gebeurde hetzelfde; zodra mensen opstaan van een tafeltje vliegen arme Bolivianen erop af om de drank- en etensresten te verorberen.

Oma en kleinkind bedelen bij de ingang van de kerk.

DSC_0067.JPG

Op 2de kerstdag is het gezellig druk in de stad. Hier wordt met name kerstavond uitgebreid met familie gevierd. Op 2de kerstdag ga je gezellig met je vrienden op het terras zitten.

DSC_0857.jpg

Wanneer we in de avond terugkomen in de stad voor een pizza is het mega druk. Bij de kerk bij het centrale plein wordt buiten een dienst gehouden, gewoon gezellig op straat.

DSC_0816.JPG

DSC_0822.jpg

Nadat op straat de kerkdienst is gehouden gaat de muziek aan en wordt er volop gedanst. Gewoon midden op straat tussen de auto’s.

DSC_0823.JPG

DSC_0820.JPG

DSC_0832.JPG

Salta ligt verscholen tussen de Andes. Overal waar je kijkt, zie je op de achtergrond de prachtige bergen statig liggen. De highlight van Salta is dan ook vooral de omgeving verkennen. We regelen een dagje op bezoek bij echte gaucho’s. In de ochtend worden we opgepikt in stoere, oude truck en gaan we naar hun Estancia zo’n 20 minuten rijden van de stad. De truck rammelt er lekker op los terwijl we over de onverharde bergweggetjes rijden. Net echt :) .
Eenmaal aangekomen bij de Estancia zijn we vol verwachting van wat komen gaat. En de verwachting wordt op de proef gesteld…. Een kleine drie uur later begint het programma.

DSC_0763.JPG

Het wachten was op de paarden die in de heuvels van de Estancia rondlopen en dus eerst gevonden moeten worden en naar de estancia geleid moeten worden. Eindelijk is het zover. De paarden zijn opgezadeld.

DSC_0761.JPG

Sommige paarden waren er redelijk op los aan het bokken, dus we hebben de sloomste paarden geregeld. Onder het mom van ‘we hebben echt nog NOOIT op een paard gezeten’ sjokken we samen gezellig de ranch af een eindje achter de rest van de groep. Het was een mooie omgeving (we hadden al wel mooiere dingen gezien, maar ach ;) ).

DSC_0771.JPG

Halverwege de rit struikelt het paard van Felix en maken ze samen een koprol. Dat was (vooral voor Char) wel even schrikken. Gelukkig waren er alleen wat schrammen en een paard met bloedneus…. Eenmaal terug gekomen gaat de BBQ in de hens en krijgen we een echt Asado voorgeschoteld (Argentijnse BBQ). Dit bestaat uit vlees, vlees en nog eens vlees en wijn. Jammie, jammie! Vier uur later en een lasso ervaring (voor Felix) rijker gaan we wederom een rit maken te paard.

DSC_0804.JPG

Bij terugkomst wederom gezellig aan de wijn en Mate. Het is donker en alle beestjes komen vrolijk te voorschijn (tof!). Zie mapje foto’s.

Tijdens de Mate wordt de ‘huisgeit’ verliefd op Char (of iets dergelijks…..).

De laatste volle dag in Salta is alweer aangebroken. Dus vroeg op en de omgeving in. We rijden de bergen in met de auto. Om precies te zijn willen we het gebied Quebrada de Humahuaca zien. Alles bij elkaar een flinke tocht langs verschillende bergdorpjes met te gekke omgeving. De dorpjes hier zijn stokoud (17de eeuw), ze bestonden al voordat de Spanjaarden aankwamen. De bevolking hier stamt nog echt af van de Calchaquí indianen. Dit is dan ook duidelijk te zien. Het doet ons ook sterk denken aan onze tijd in Peru. Voor ons staat dit deel van Argentinië zover af van Buenos Aires en Patagonië. De rijkdom is hier niet in overvloed aanwezig.

DSC_0878.JPG

In de dorpjes worden de voor ons bekende Peruaanse en Boliviaanse spulletjes verkocht. Zoek in onderstaande foto het kereltje die de hoedjes verkoopt! Zie je hem al?

DSC_0929.JPG

Dit meisje kent het spreekwoord ‘jong geleerd is oud gedaan’ waarschijnlijk al. Ze draagt haar pop al net zo op haar rug als de Peruanen en Bolivianen dat met hun kinderen doen.

DSC_0034.JPG

Het hoogtepunt van de trip zijn de Coloured Mountains bij het dorpje Humahuaca. Wederom kunnen we een nummertje van de werelderfgoedlijst van Unesco afvinken. De kleuren in de bergen zijn ontstaan in het verre verleden. Vroeger was er veel water op deze plek. Als gevolg zijn allerlei mineralen achtergebleven die, gecombineerd met extreme weersinvloeden, de verschillende kleuren aan de bergen hebben geven.

DSC_0891.JPG

Onze laatste avond in Salta is aangebroken. Nog veel belangrijker, onze laatste avond in Argentinië is aangebroken. Na 6 onbeschrijfelijke (al doen we een poging ;) ) weken gaan we op naar het volgende land. We hebben voor de volgende dag onze (hopelijk) laatste lange busrit voor de boeg. Overdag zullen we de Andes oversteken om naar Chili te gaan, om precies te zijn naar de droogste woestijn ter wereld oftewel de Atacama woestijn. Daar meer over in de volgende update.

Als laatste willen we nog wel wat zeggen over Argentinië. Het land met zulke extreme uitersten. Wat hebben we hier veel gezien.

Argentinië is het land waar;

je van ijsschots naar jungle vliegt
stoplichten slechts richtlijnen zijn
de verf van een zebrapad zonde van het geld is
bij het passeren van iedere heilige plek een kruisje wordt geslagen
soja volop wordt verbouwt, maar absoluut niet wordt gegeten
het normaal is om gewoon 600 gram super mals vlees per dag weg te werken
je niet voor 22 uur gaat eten, anders eet je alleen
de lekkerste rode wijnen worden gemaakt en volop worden gedronken
een zak stinkende was de volgende dag brandschoon is voor slechts 20 pesos (4 euro)
je voor 8 wortels 30 pesos (6 euro) moet betalen
bijna alle mannen willen sjansen, ongeacht aanwezigheid van vrouw en kind
80% van de vrouwen in de hoofdstad beeldschoon en angstaanjagend chagrijnig zijn
werkelijk overal en altijd Mate wordt gedronken, thermoskan onder de arm en Mate-beker in de hand
wij verliefd op zijn geworden

Zie de map foto’s en video’s voor de andere mooie plaatjes.

Tot de volgende update!

Groetjes Felix en Charlene

DSC_0776.JPG

Gelukkig Nieuwjaar vanuit Valparaiso, Chili

Hallo allemaal,

Gelukkig kwamen we er net op tijd achter dat in Chili de plek om oud en nieuw te vieren Valparaiso is. Snel ticket geboekt, backpacks gepakt en vertrokken. De uitgebreide versie houden jullie van ons tegoed.

Wij wensen iedereen een gelukkig, gezond en reislustig 2011 toe!

PS: Er wordt gewerkt aan een nieuwe update van onze avonturen.

Return top